Zoals reeds beschreven had E.H. Charles Carton in 1844 een Beschermcomité opgericht voor het inrichten van kosteloze bewaarscholen. De voorzitster van dat comité was Marie Thérèse Angélique De Bie, de vrouw van Louis d'Hanins de Moerkerke. Het was dus niet vreemd dat het echtpaar d'Hanins de Moerkerke een schenking deed met de bedoeling een bewaarschool op te richten. De schenking bestond uit de gebouwen beschreven op vorige pagina. Ze werden geschonken aan de Commissie van de Burgelijke Godshuizen (CBG) in een akte verleden door notaris van Elslande in februari 1851 met o.a. de volgende voorwaarden. We geven alleen de voornaamste aan, die van belang zijn om de impact van de schoolstrijd op de donatie te begrijpen.
De goederen moeten exclusief en ten eeuwige dage dienen voor het oprichten van een bewaarschool voor kinderen tussen 2 en 7 jaar van arme ouders uit Brugge onder het patronage van de burgemeester en schepen (CBS). Er mogen andere caritatieve instellingen, zoals bijv. een crèche, door de schenkers toegevoegd worden.
De interne directie van de school zal volledig de bevoegdheid zijn van de dames van het Beschermcomité der bewaarscholen en zij zullen instaan voor het effectief toewijzen van goederen aan het beoogde doel. Een familielid van elke familie van de schenkers zal van rechte altijd deel uit maken van de raad van bestuur van het Beschermcomité. Die Commissie zal altijd samenkomen in de de beste kamer van het huis gemeubeld met het goudleren meubilair.
Indien de bewaarschool om de een of andere reden zou ophouden te bestaan nog tijdens het leven van een van de schenkers, dan zullen de schenkers terug in het volle bezit komen en tot hun dood kunnen genieten van het vruchtgebruik. Na hun dood wordt het vruchtgebruik en de naakte eigendom weer samengevoegd ten voordele van de CBG.
Indien iets dergelijks gebeurt na de dood van de schenkers zal de CBG samen met 2 van de dichtste verwanten er voor zorgen dat de nodige maatregelen genomen worden opdat de goederen gebruikt worden tot verlichting van de lasten van de behoeftigen van de stad Brugge om zo dicht mogelijk de bedoeling van de schenkers te benaderen.
Na de dood van de schenkers zal de raad van bestuur van de school er voor zorgen dat ten eeuwigen titel jaarlijks op de verjaardag van het overlijden telkens 2 stille missen gelezen worden voor het zieleheil van de schenkers
Het college van burgemeester en schepenen (CBS) heeft de schenking in dezelfde maand nog aanvaard. Terzelfder tijd spoorde het CBS de raad van bestuur van de school (het Beschermcomité) aan zo vlug mogelijk te starten met de administratie van het oprichten van de kosteloze bewaarschool van de stad. Het Beschermcomité van de Bewaarscholen stelden een akte op met onderling akkoord en met voorwaarden voor het verblijf en de rechten en plichten van de Dochters der Liefde
2 maanden later werd in een akte, verleden voor notaris Van Elslande, de schenking met de voorwaarden aanvaard door de raad van bestuur van CBG, vertegenwoordigd door Louis Frenelet en door de kerkfabriek van de Sint-Salvatorparochie, vertegenwoordigd door kanunnik Joseph Andries, penningmeester van de kerkfabriek. De kanunnik aanvaardde het ten eeuwige dage celebreren van de 2 missen in de kerk van Sint-Salvator. De CBG betaalde daarvoor 8 frank per mis waarvan 2 frank voor de kerkfabriek.
Uiteindelijk werd, zoals wettelijk bepaald voor schenkingen, de doorslaggevende en wettelijke goedkeuring bekomen van de koning (via de minister van justitie). De Commissie van de Burgelijke Godshuizen mocht de schenking aanvaarden maar onder voorbehoud van de eventuele rechten van andere geïnteresseerde openbare instellingen en zonder clausules of voorwaarden goed te keuren, die zouden indruisen tegen de wettelijk bepalingen en reglementen van de openbare diensten.
De gouverneur van West-Vlaanderen de Vrière gaf meer uitleg omtrent het voorbehoud van de koning. De goedkeuring zonder het voorbehoud mocht niet impliciet de erkenning inhouden dat het CBG in het algemeen scholen zou mogen beheren. Eigenlijk zou het Bureau van de Weldadigheid als publieke instelling beter geschikt zijn voor de opvang van de behoeftige kinderen. Maar deze moeilijkheid zou in de toekomst opgelost worden door de toekomstige samensmelting van de CBG en het Bureau van Weldadigheid en waarbij de raad van bestuur van het Beschermcomité zich zou moeten aanpassen aan de nieuwe wetten en reglementen, terwijl de CBG definitief eigenaar zou blijven van de goederen. Dit voorbehoud zou belangrijk blijken in functie van de toekomstige ontwikkelingen in het kader van de schoolstrijd.
Vorige pagina --- Volgende pagina
Klik hier voor de overige pagina's: