De merkwaardige geschiedenis van de familie Van Strate

(op basis van de gegevens en de beschrijving van de heer Dirk Van Lierde, Lede)

Deel 2: de familie Van Strate in Brugge

Algemene inleiding:

Waar kwam die familie Van Strate vandaan, welk is hun verband met Brugge en waar gingen die familieleden naartoe?
Die familiegeschiedenis die loopt over vierhonderd jaar wordt in 3 delen geschetst.

Deel 1: Aanvankelijk startte de familie Van Strate samen met de familie Sporkman een jeneverstokerij in Schiedam, Nederland. Zij weken uit naar Islington Engeland. Het bewogen begin in Schiedam en waarom ze uitweken naar Engeland en daarna naar Brugge kunt u lezen op de webpagina "de geschiedenis van de familie Van Strate in Brugge" in het menu onder de rubriek "Erfgoedpanden beschrijving 2" en dan "het Wevershof" of klik hier om direct op de webpagina te komen.

Deel 2: Gedurende drie kwart eeuw verbleef de familie Van Strate in Brugge op een domein in de Zonnekemeers . Zij hadden er hun jeneverstokerij en brouwerij. Het was ook een tijd waarin het Brugge op economisch vlak niet voor de wind ging. Vermogens werden vergaard en vermogens gingen verloren. Zo verging het ook de familie Van Strate.
U kunt deze geschiedenis lezen op deze webpagina.

U kunt ook het verband van de familie met het "Wevershof" ontdekken op de website "Wevershof , bouwgeschiedenis tot 1900" of klik hier om direct op de pagina te komen.

Het laatste familielid dat prominent aanwezig was in Brugge was Ludovicus (Louis) Van Strate (°1805 Brugge- overleden 1880). Een groot deel van dit verhaal draait rond Louis Van Strate. Hij liet in Brugge het grootste werkmansbeluik "het Wevershof" bouwen. Hij verloor een groot deel van zijn kapitaal. Om zijn leven een nieuwe wending te geven verhuisde hij in 1855 naar Argentinië.

Deel 3: In Argentinië kwam hij aanvankelijk in een neteliger situatie terecht dan zijn huurders in het Wevershof. Maar dank zij zijn ondernemingsgeest kwam hij erbovenop. Toch keerde hij nog eens terug naar Brugge om er in 1880 te sterven. Dit verhaal en de verstrengeling met de politieke situatie toen in Argentinië en de lotgevallen van de nieuwe kolonisten kunt u lezen in de webpagina "De familie Louis Van Strate in Argentinië" in het menu onder de rubriek ""Erfgoedpanden beschrijving 2"/"Wevershof" of klik hier om direct op de pagina te komen.

Stamboom van de familie: klik hier om direct op de webpagina te komen

**********************************************************************

Deel 2: de familie Van Strate in Brugge

Aankomst in Brugge

Rond 1777 verhuist de familie van Jan Van Strate en van Frans Sporckman naar Brugge.
Willem , broer van Jan, blijft achter in Londen en overlijdt er op 2 juni 1797.
Op 2 april 1777 koopt Frans Sporckman een groot huis met brandewijnstokerij en een bijhorend klein huis in de Zonnekemeers. Frans wordt op 23 juli 1777 ingeschreven als poorter van Brugge. Op 12 september 1780 koopt hij ook de twee huisjes die op het terrein staan. De eigendommen die Frans koopt komen overeen met wat veel later de meubelfabriek Claeys en het Wevershof zouden worden. Deze eigendommen zouden drie kwart eeuw in het bezit blijven van de familie Van Strate tot Louis (Ludovicus) die rond 1852 verliest.
Frans Sporckman woont in het huis in de Zonnekemeers met zijn vrouw Jacoba Van Der Polder, die in Brugge gekend is als Jacqueline, zijn dochter Dorothea met haar zoontje Frans en zijn zoon Conrard. Ook het huisgezin van Jan Van Strate en zijn vrouw Margaretha Sporckman met hun drie kinderen komen er wonen.

De kinderen van Frans Sporckman krijgen enige bekendheid in Brugge

Johannes Sporckman, de Predikheer, komt naar Brugge wonen. Waarschijnlijk gebeurde dit rond 1785 want in 1782 wordt hij nog vermeld als parochiepriester in Schiedam. Johannes wordt in Brugge lid van de Société Litéraire die in 1786 werd opgericht. Op 2 februari 1793 wordt hij door het nieuwe Franse bestuur aangeduid om deel uit te maken van de Provisionele Administratie van de stad Brugge. Op 8 november 1798 wordt hij veroordeeld tot deportatie omdat hij weigert de eed van trouw aan de republiek af te leggen. Hij komt terug naar Brugge waar hij overlijdt op 14 juni 1801 in het huis in de Zonnekemeers, hij werd zestig jaar.

Conrard Sporckman van jeneverstoker naar het bankroet
Conrard Sporckman huwt op 22 april 1783 te Brugge met Marie Holvoet. Zij is een buurmeisje want zij woont in het huis op de hoek van Zonnekemeers en Walplein in het huis “Den Fynenbuyc”. Haar vader was huidenvetter en al lang overleden. De familie is welstellend zijn want zij hebben meerdere eigendommen in Brugge. Conrard wordt net als zijn vader jeneverstoker, in 1785 koopt hij een groot huis met stokerij in het Rozendal (nu nr12-14-16), samen met het erbij horende huis en tuin in het Rozendal (nu nr 2).

 

Hierboven de huidige toestand van het Rozendal 12-14-16. Het domein van het groot huis met stokerij dat Conrard kocht is thans verkaveld, maar de vierkante opstelling met binnenkoer van weleer is nog steeds herkenbaar.
Linksboven bevindt zich het godshuis O.L.V. Bijstand uit 1711

 

Conrard kent al vrij snel grote financiële moeilijkheden, hij gaat leningen aan die hij niet kan terugbetalen en hij betaalt zijn leveranciers niet. Al in maart 1786 wordt voor het eerst beslag gelegd op zijn eigendommen in de Rozendal. Zijn schuldeisers zijn onder andere de Predikheren van Brugge, het hospitaal van Damme, zijn schoonbroer Charles Gilliodts en vele anderen. De arresten en in beslagnemingen volgen elkaar in snel tempo op, niet alleen op de eigendommen van Conrard maar ook op het aandeel dat zijn vrouw heeft in haar familie-eigendommen: het huis ‘Den Fynenbuyc” op het Walplein, het huis nummer 10 op het Walplein, het huis “Het Croontken” in de Katelijnestraat 56 en de “Brouwerij Den Anckere” in de Katelijnestraat 54. Uiteindelijk worden in augustus 1789 de huizen in Rozendal verplicht verkocht. In augustus 1791 wordt ook het aandeel van Marie Holvoet in het huis op Walplein 10 en in het huis in de Katelijnestraat 56 verkocht. Conrardus Sporckman wordt failliet verklaard, in de Gazette van Gend van 23 april 1792 vindt men nog een artikel dat handelt over het faillissement van Conrard Sporckman. Conrard vlucht het land uit en laat zijn gezin achter. Bij het overlijden van zijn vrouw in 1829 wordt vermeld dat Conrard al overleden was in New York.

Dorothee Sporckman en het verhaal van Charles De Witte, echtgenoot van haar kleindochter
Dorothee Sporckman, die in Schiedam geboren werd op 13 november 1750, was in
Londen heel snel weduwe geworden. Zij kwam samen met haar zoontje François Gamage mee naar Brugge. Op 3 juli 1780 hertrouwt ze in Brugge met Charles François Gilliodts, een grondeigenaar en rentenier uit een zeer welstellende Brugse familie. Charles is de broer van Ludovicus de grootvader van de latere bekende stadsarchivaris Louis Gilliodts. Zij krijgen samen nog zes kinderen waarvan er twee heel jong overlijden. Hun kinderen zijn grondeigenaar, rentenier, zakenman en er is ook een advocaat en een landmeter. Zij woonden in het huis op de Dijver 2, dat in feite bestond uit twee huizen “Den Cop” en “De Wulf” (nu de Brugse Boekhandel De Meester). Dorothee overleed op 19 april 1819 en Charles op 10 maart 1830, in zijn testament liet hij nog vele huizen na.

Portret van Adèle Gilliodts

Het vermelden waard is Adèle Gilliodts, de kleindochter van Dorothee en Charles.
Zij huwde in april 1831 met Charles De Witte. Charles kwam uit een rijke familie en was een zeer ondernemend man, hij was in de jaren 20 van de 19e eeuw al op reis geweest in Zuid-Amerika. Hij had ook enkele patenten op uitvindingen. In mei 1834 richt hij een maatschappij op voor de navigatie met stoomschepen op de Belgische kanalen. Hij koopt de stoomboot La Reine die de barge-dienst Gent-Brugge-Oostende zal uitvoeren wat voor die tijd revolutionair is. De onderneming mislukt want op 28 november van datzelfde jaar wordt de boot al in beslag genomen en de lijn opgedoekt. Op de gemeenteraad van 18 mei 1839 wordt een voorstel besproken van Charles. Hij stelt voor om een diep kanaal van Brugge naar de zee te graven, het zou starten aan het Lisseweegswatergangsken en uitkomen in de zee niet ver van de stad Heyst. Het voorstel wordt afgewezen omdat het te kostelijk is en niet rendabel zou zijn. Ook in 1840 komt Charles nog een drietal keer met zijn voorstel naar de gemeenteraad. Hij stelt zelfs voor om het kanaal op eigen kosten te graven op voorwaarde dat de gemeente gedurende 25 jaar de huur van alle magazijnen in de haven afstaat. Het voorstel wordt andermaal verworpen; vijftig jaar later zou het kanaal er tot tevredenheid van iedereen toch komen. Het is duidelijk dat Charles ondernemend was, maar dat hij economisch en op het vlak van management zwak was. Charles verliest zijn vermogen maar laat zich niet ontmoedigen. In 1842 stelde hij aan koning Leopold I voor om een Belgische nederzetting te vestigen in Nieuw-Zeeland die de handel tussen China en België zou moeten doen openbloeien. Het plan werd afgewezen maar Charles vertrok in 1843 met vrouw en kind naar Nieuw-Zeeland waar hij zich op het eiland Waiheke voor de kust van Auckland vestigde als onbezoldigd Belgisch consul. Adele Gilliodts overleed er in mei 1864, Charles overleed in juni 1870. Het verblijf van Charles en Adele op het eiland Waiheke laat ook nu nog zijn sporen na; er is vandaag nog altijd een Belgium street en een Ostend road en het belangrijkste dorp noemt Ostend.

 

 

François Gamage brouwer van De Valk en De Wulf in Brugge

François Gamage, de zoon uit het eerste huwelijk van Dorothee Sporckman, gaat in het begin van de 19e eeuw bij zijn vriendin Anna Marie Derantere en haar zuster Anne wonen in de Freren Fonteinstraat nummer 2 (zou nu Park 2 zijn). Zij is de dochter van een schrijnwerker in de Nieuwe Gentweg. Hij is rentenier van 28 jaar en zij couturière van 20 jaar. Vrij snel verhuizen zij naar de Nieuwe Gentweg 13 (nu nummer 88). Zij wonen er in het huis dat vroeger deel uitmaakte van de Sint-Trudoabdij waar vroeger de prior woonde. In februari 1808 wordt hun zoontje Joseph Napoleon geboren. Begin 1808 wordt het huis samen met de twee aanpalende huizen in beslag genomen en verkocht. François moet als huurder het huis verlaten en hij gaat naar de Gentpoortstraat 91 (nu Nieuwe Gentweg 134) wonen. In april 1809 huwen François en Anna Marie, zij krijgen in totaal zes kinderen.

Na zijn huwelijk verhuist François naar de Wijngaardstraat 4 (nu nummer 7) en wordt hij
vermeld als brouwer van brouwerij De Valk. In 1818 komt hij ook de zieltogende brouwerij De Wulf op het Walplein ter hulp, hij woont dan op het Walplein nummer 19 (nu nummer 21). In 1824 verhuist hij terug naar de Wijngaardstraat 4 naar brouwerij De Valk. Op 27 juli 1827 verhuist hij naar de Katelijnestraat 94 (nu nummer 102) waar hij werd ingeschreven als bijzondere. Anderhalf jaar later, op 29 maart 1829 laten zij Brugge achter zich en trekken naar Eeklo waar François herbergier wordt. Op 31 mei 1834 opent François er op de Markt 53 de herberg “La cour de Bruxelles”. François overlijdt in januari 1837 in zijn huis op de Markt, hij werd 62 jaar. Enkele maanden later verhuist zijn vrouw naar de Tichelreye in Gent waar zij samen met haar dochters Marie Dorothee en Henrica woont.

brouwerij "De Wulf" op het Walplein: ingangspoort

 

Jan Van Strate en Frans Sporckman jeneverstokers in Zonnekemeers

Frans Sporckman en zijn schoonzoon Jan Van Strate stoken jenever in hun stokerij in de Zonnekemeers. Jan en Marguerite brachten drie kinderen mee naar Brugge: Willem Pierre, Pierre Willem en Frans, de beide laatsten werden in Londen geboren. In Brugge worden nog twee kinderen geboren, Marguerite Therese geboren in 1783 en Jacqueline geboren in 1784 en al overleden in 1787. Zoon Frans overlijdt in 1788 in Brugge.
Jacqueline Van Der Polder overlijdt in januari 1794 en haar man Frans sterft enkele
maanden later in augustus 1794. Jan zet de zaak verder. Op 25 april 1799 overlijdt Jan Van Strate op de leeftijd van 70 jaar. In de bevolkingsregisters wordt Marguerite Sporckman dan vermeld als distilleerder van jenever, het bedrijf baat zij samen met haar zonen Willem Pierre en Pierre Willem uit. In oktober 1808 overlijdt Marguerite Sporckman, zij werd 65 jaar. Na haar dood neemt Willem Pierre de stokerij van zijn ouders over.

Pierre Willem Van Strate en Jeanne Van Quaellie

Pierre Willem, de tweede zoon van Jan en Marguerite, trouwt in augustus 1806 in Brugge met Jeanne Françoise Van Quaellie, de weduwe van landmeter Jacques Naert. Hij woont samen met zijn vrouw, de twee kinderen uit haar eerste huwelijk en zijn schoonvader in de Oude Burg 8 (nu nr 13). Er wordt vermeld dat zijn beroep distillateur is (jeneverstoker), zoals hiervoor vermeld zal hij samen met zijn broer Willem Pierre een aantal jaren meegewerkt hebben in het bedrijf van zijn ouders. Bij de geboortes van zijn twee kinderen Marie geboren in 1808 en Mathilde in 1809 wordt vermeld dat hij rentenier is en nog steeds op de Oude Burg 8 woont. In september 1810 verhuist hij naar de Quai de l’impératrice naar het huis van Canneijt, dit is vermoedelijk het huis op de Langerei 22 (nu nr 16) dat eigendom geweest was van Frans Canneijt. In juli 1820 komt hij in de Sulferbergstraat 10 wonen. Er wordt aangegeven dat hij uit Rumbeke komt.

In december van datzelfde jaar verhuist hij terug naar de Langerei 22 waar zijn stiefdochter Sofie Naert overlijdt in januari 1826. In oktober 1828 verhuizen zij naar het huis nummer 23 (nu nr 18) waar hij overlijdt op 14 februari 1829. In november 1835 verhuist zijn weduwe met haar kinderen opnieuw naar nummer 22. In juni 1846 wordt dochter Marie begijn en verhuist zij naar het Begijnhof. Jeanne Van Quaellie overlijdt op 12 februari 1850 in het huis op de Langerei 22. In september van datzelfde jaar verhuizen Mathilde en haar halfbroer Adolphe Naert naar de Oude Zak 49 (nu nr 51). In maart 1856 overlijdt Adolphe Naert en Mathilde verhuist met haar meid naar de Verversdijk 4 (ook nu nog nummer 4). Uiteindelijk overlijdt zij in januari 1894 in de Vlamingstraat, zij is dan rentenierster en bleef ongehuwd. Marie Dorothee Van Strate verliet het Begijnhof in Brugge in 1872 en werd begijn in Duffel waar zij in mei 1892 overleed. Aangezien beide dochters van Pierre Willem ongehuwd bleven liep deze familietak Van Strate dood.

Marguerite Van Strate en François Dordu

Marguerite Therese Van Strate is het eerste kind van Jan Van Strate dat in Brugge werd geboren. In mei 1804 huwt zij in Brugge met François Marie Dordu die als beroep handelaar opgeeft. François Dordu werd geboren in Bergues (Sint-Winnoksbergen), Département du Nord. Hij was écrivain (schrijver) bij Dominique Van Wymelbeke in de Braambergstraat 45 (nu nummer 24). Dominique Van Wymelbeke was een belangrijk wisselagent-makelaar-verzekeringsagent die getuige was bij hun huwelijk. Bij het huwelijk wordt een zoontje François Emile erkend dat twee maand ervoor werd geboren in het ouderlijk huis in Zonnekemeers. Zij krijgen in 1805 nog een dochter Melanie die slechts enkele maanden oud wordt. Na hun huwelijk gingen zij in de Eeckhoutstraat 17 (nu nummer 31) wonen en vervolgens gingen zij naar Krom Genthof 5 (nu Oosterlingenplein 5), dit huis was eigendom van de familie Van Wymelbeke.

In mei 1809 verhuizen zij naar de Sint-Gilliskoorstraat 1 (nu nog nummer 1). Later verhuizen zij en gaan waarschijnlijk naar Wervik wonen. Op 27 november 1837 komen zij terug naar Brugge om voor enkele maanden in het ouderlijk huis in Zonnekemeers te wonen dat op dat ogenblik eigendom was van hun neef Louis Van Strate die om financiële redenen voor een tijdje uit Brugge was verdwenen, in het bevolkingsregister wordt aangegeven dat zij uit Wervik komen. In mei 1838 verhuizen zij naar de Minderbroederstraat (nu nummer 16) waar François overlijdt in april 1839.

Sint-Gilliskoorstraat 1

 

In mei 1809 verhuizen zij naar de Sint-Gilliskoorstraat 1 (nu nog nummer 1). Later verhuizen zij en gaan waarschijnlijk naar Wervik wonen. Op 27 november 1837 komen zij terug naar Brugge om voor enkele maanden in het ouderlijk huis in Zonnekemeers te wonen dat op dat ogenblik eigendom was van hun neef Louis Van Strate die om financiële redenen voor een tijdje uit Brugge was verdwenen, in het bevolkingsregister wordt aangegeven dat zij uit Wervik komen. In mei 1838 verhuizen zij naar de Minderbroederstraat (nu nummer 16) waar François overlijdt in april 1839. In mei 1839 vertrekt Marguerite naar Borgerhout bij haar zoon François Emiel die daar werkt als douaneluitenant. François Emiel huwt in februari 1840 te Wervik met Pauline Sofie De Geyter, dit zou er dus op wijzen dat hij samen met zijn ouders in Wervik heeft gewoond waar hij zijn vrouw leerde kennen. Marguerite komt terug naar Brugge en gaat in de Goezeputstraat wonen (nu nummer 28). In februari 1843 verhuist zij naar de Katelijnestraat 51 (nu nummer 53). In februari 1850 overlijdt Marguerite in het Sint-Janshospitaal in Brugge. François Emiel Dordu wordt bevorderd bij de belastingdienst en verhuist naar Elsene. In 1858 wordt hij benoemd tot hoofdinspecteur van de belastingen in Brugge en in 1862 wordt hij bestuurder van de belastingdienst in Aarlen. Zijn kinderen Emiel, Leo en Marie zetten de familietak verder. Emiel wordt kapitein bij het leger en Leo is landmeter die in 1877 belastingontvanger wordt benoemd in Engis.

Willem Pierre Van Strate jeneverstoker in Zonnekemeers

Willem Pierre, de oudste zoon van Jan Van Strate, zet de stokerij van zijn vader in Zonnekemeers verder, ook zijn broer Pierre Willem werkt enkele jaren in het bedrijf maar verlaat het al vrij snel. Willem treedt in november 1798 in het huwelijk met
Anne Therese Bouvy.
Anne kwam uit een zeer welvarende familie, zij was de dochter van Willem Bouvy en Françoise Van Huele. Haar vader was lakenverver en haar broer Pierre was deken van de wolververs. Willem Bouvy was onder andere eigenaar van “Den Ouden Steen” in de Wollenstraat 29 (nu het Foltermuseum), dat hij geërfd had van zijn vader. Françoise Van Huele was de dochter van Pieter Van Huele, een rijke wijnhandelaar en ontvanger en stokhouder in meerdere dorpen, en van Theresia Van Vyve afkomstig uit een vermogende familie. Hoewel de familie Van Strate een zekere rijkdom had is het toch Anna Bouvy die bij haar huwelijk een groot vermogen in de familie inbrengt. Haar bruidsschat en de erfenissen die zij tijdens het huwelijk kreeg bedroegen meer dan 60.000 Frank, alleen al de erfenis van haar ouders in 1812 liep op tot bijna 40.000 Frank. Willem van zijn kant bracht in het huwelijk minder dan 10.000 Frank in.

Willem en Anne krijgen zes kinderen, de oudste Guillaume (Willem junior) wordt geboren in 1800, in 1802 volgt Anne die al in 1803 overlijdt, in 1803 wordt een dochter geboren die ook de naam Anne krijgt, in 1805 wordt Ludovicus geboren, in 1807 Edmond en in 1809 Charles die op jonge leeftijd overlijdt.

Onder het beleid van Willem gaat het de stokerij voor de wind en wordt ook het verdelen van dranken opgenomen in de activiteiten. In de loop der jaren wordt het huis en de stokerij in Zonnekemeers meerdere keren aangepast en worden verbouwingen uitgevoerd. De familie geniet aanzien en op 10 Germinal van het jaar 7 (30 maart 1799) wordt Willem verkozen tot “assesseur” vrederechter van de wijk A.B. in Brugge. Hij blijft suppleant vrederechter, plaatsvervangend vrederechter, in het eerste arrondissement van Brugge tot 1827 wanneer hij vrederechter benoemd wordt in Gistel.

 

Willem en Anna zijn vermogend en vooral nadat Anna geërfd heeft van haar ouders kopen zij meerdere eigendommen in Brugge en stukken land buiten Brugge, onder andere in Klemskerke. Zo koopt Willem in 1812 het huis in Zonnekemeers dat rechtover de stokerij ligt (nu het Koetshuis genoemd en waar nu een kunstgalerij is) en grenst aan de Bakkersrei. In dat huis was dan een bakkerij gevestigd. Dit huis wordt in 1861 door de erfgenamen verkocht aan het Sint-Janshospitaal.

het koetshuis, nu kunst gallerij, ten tijde van Willem en Anne een bakkerijbakkerij

 

 

 

In 1818 koopt hij de huizen op de hoek van de Goezeputstraat en Oostmeers. De gebouwen vormen een volledig uitgeruste jeneverstokerij op de Hollandse manier met twee grote ketels, slangen, nieuwe grote kuipen, acht nieuwe beslagtanken, een paardenmolen en stallen voor “vierenzestig koeibeesten”. Jeneverstokers en brouwers waren dikwijls ook vetmesters van vee dat gevoederd werd met het afval van de stokerij of brouwerij. Deze eigendommen lagen naast de (bijen)wasblekerij van Johannes Verstraete, wasbleker en kaarsenmaker. In de eigendomsakte was er een clausule dat men in de maanden mei-juni-juli niet mocht stoken en dat in de maand augustus de stokerij geen hinder mocht vormen voor de wasblekerij, wat ongetwijfeld problematisch moet geweest zijn om de stokerij rendabel te laten werken. Aanvankelijk laat Willem er zijn zoon Guillaume wonen om de stokerij te doen draaien. Guillaume is dan 18 jaar en heeft blijkbaar weinig zin om jeneverstoker te worden. Na één jaar verlaat hij de stokerij en kiest voor een militaire loopbaan.

   

Ondanks het feit dat de stokerij goed was uitgerust en er nieuw materiaal was werd ze opgedoekt en laat Willem in de jaren 1820 op het landbouwgedeelte in de Oostmeers eenentwintig kleine werkmanshuisjes bouwen. Dergelijke groepering van kleine huisjes op een binnenhof wordt fort genoemd, en het fort in de Oostmeers kreeg later de naam Fort Verstraete. Nu bevindt zich op die plaats het Meersenhuis, het parochiaal centrum van de parochies Sint-Salvator en Onze-Lieve-Vrouw.

 

Willem kocht ook eigendommen op de hoek van het Walplein en de Stoofstraat en verbouwde die tot een hof met zes kleine woningen, later Fort Dobbelaere genoemd. De eigendommen van Willem en Anne worden verder besproken bij het testament van Anne Bouvy.

   

In 1827 verlaat Willem Brugge want bij besluit van 17 augustus 1827 wordt hij benoemd tot vrederechter voor het kanton Gistel, en dit na 28 jaar dienst als plaatsvervangend vrederechter bij het eerste arrondissement van het kanton Brugge. In de kranten van die tijd wordt geschreven dat Willem nog diezelfde maand naar Gistel verhuisde en dat hij hartelijk werd ontvangen en “de gebeurschap allerschoonst versierd was, die een bewijs oplevert dat den heer Van Strate, alom geagt en bemind is”. Willem woonde in Gistel in de Hoogstraat. Op 27 mei 1832 overlijdt hij in Gistel, hij werd 65 jaar.

In 1827 verlaat Willem Brugge want bij besluit van 17 augustus 1827 wordt hij benoemd tot vrederechter voor het kanton Gistel, en dit na 28 jaar dienst als plaatsvervangend vrederechter bij het eerste arrondissement van het kanton Brugge.

In de kranten van die tijd wordt geschreven dat Willem nog diezelfde maand naar Gistel verhuisde en dat hij hartelijk werd ontvangen en “de gebeurschap allerschoonst versierd was, die een bewijs oplevert dat den heer Van Strate, alom geagt en bemind is”. Willem woonde in Gistel in de Hoogstraat.

Op 27 mei 1832 overlijdt hij in Gistel, hij werd 65 jaar.

Bidprentje Willem Van Strate

 

Willem Van Strate kapitein in het leger

Zoals al werd vermeld woonde de oudste zoon, Willem jr., een jaar in de stokerij in de Goezeputstraat. Willem jr. koos echter voor een carrière in het leger. In 1834 is hij getuige bij het huwelijk van zijn broer Louis, hij is dan luitenant bij de eerste compagnie, tweede bataljon van het zesde regiment in garnizoen te Brugge. In 1837 wordt hij kapitein 2de klasse en bij zijn pensioen in 1855 is hij kapitein 1ste klasse. Op 30 november 1855 neemt hij zijn intrek in het huis Park 2 dat zijn eigendom was, maar al een maand later verhuist hij naar de Eeckhoutstraat 14 (nu nummer 10) om op 10 oktober 1856 naar Brussel te vertrekken. In Brugge werd hij al op 10 juni 1822 aanvaard als lid van de “Koninklyke Gilde van Sint Sebastiaen” van Brugge. Willem bleef ongehuwd en overlijdt op 13 maart 1860 in de woning van zijn zuster Anne in de Hospitaalstraat in Gistel, hij was echter gedomicilieerd in Brussel.

Anne Van Strate en Joannes Bulcke in Gistel

Anne Francisca Van Strate, geboren op 26 oktober 1803, kreeg dezelfde naam als haar zusje die op 1 juli 1803 overleed. Zij huwt in 1832 met Joannes Baptista Bulcke de gemeentesecretaris van Gistel, haar schoonvader Philippus Bulcke was deurwaarder bij het vredegerecht in Gistel. Bij haar huwelijk wordt ook een kind gewettigd Leopoldina Anna Maria dat enkele maanden voor haar huwelijk werd geboren. Een jaar later wordt een zoon geboren, Eduardus Julius, die echter enkele maanden later al overlijdt. In 1836 wordt een nieuwe zoon geboren die ook de naam Eduardus Julius krijgt. Leopoldina zal op 4 mei 1870 huwen met de weduwnaar Ludovicus De Roeck, de datum van dit huwelijk zal later nog aanleiding zijn tot een betwisting bij het testament van haar oom Eduardus Van Strate zoals verder nog zal vermeld worden. Ludovicus De Roeck was directeur van de verkoopzaal in de Nieuwstraat 2 (nu Mariastraat 5).

Edmond Van Strate priester

Edmond François Van Strate, geboren op 5 augustus 1807, besluit om priester te worden. Hij behoorde tot de eerste lichting van het heropgerichte seminarie van Brugge. Hij werd priester gewijd op 24 mei 1834. Drie weken later wordt hij proost van Sint-Jan-ter Biezen in Poperinge. Daarna wordt hij benoemd tot onderpastoor in Roesbrugge (1835), Zwevegem (1841), Oedelem (1843), de Madeleine te Brugge (1844) en te Staden (1846). In 1858 wordt hij pastoor in Booitshoeke, en in 1862 te Bulskamp waar hij overlijdt op 2 oktober 1873, hij werd 66 jaar. Edmond had meerdere eigendommen. Bij testament opgesteld op 12 januari 1870 liet hij die na aan zijn nichtje Leopoldina Bulcke, echtgenote van Ludovicus De Roeck. Leopoldine huwde echter maar op 4 mei 1870 zodat zij bij het opstellen van het testament nog niet getrouwd was en het testament niet klopte. Het testament werd dan ook aangevochten door Eduard Jules Bulcke, haar broer. Uiteindelijk werd de geldigheid van het testament erkend door de rechtbank.

Bidprentje Edmond Van Strate

 

Louis Van Strate brouwer, stoker en bouwer van het Wevershof

Louis (Ludovicus) Pierre Van Strate wordt geboren op 30 juli 1805 te Brugge. Hij is de tweede zoon van Willem en Anne en hij neemt na het vertrek van zijn vader naar Gistel het beheer van de stokerij in handen, daarmee komt de stokerij in woelig vaarwater terecht en volgt een complexe levensloop. In een Almanach van 1829 wordt hij al vermeld als stoker in de Zonnekemeers. Louis huwt op 10 september 1834 te Klemskerke met Marie Christine Goethals. Haar vader Jacobus is landbouwer en gewezen burgemeester van Klemskerke. Aangezien Willem, de vader van Louis, gronden had in Klemskerke kan men veronderstellen dat beiden elkaar op die wijze hebben leren kennen. Het jonge koppel neemt zijn intrek in het woonhuis naast de stokerij in Zonnekemeers. Anne Bouvy, de moeder van Louis, verhuist naar Roesbrugge waar haar zoon Edmond onderpastoor is. Op de kadastrale legger van 1835 wordt Louis in de Zonnekemeers vermeld als eigenaar van het woonhuis en het huis er naast, branderij, plaats en hof aangeduid met de Oostenrijkse huisnummers C8-1,2 en 3. Hij heeft deze overgenomen van zijn moeder die volgens dezelfde kadastrale legger eigenares is van de zeven werkmanshuisjes langs Zonnekemeers naast de hof.

 

Heilig Hart feest in het Wevershof
rond 1900

Net zoals zijn vader Willem deed in de Oostmeers en op het Walplein gaat ook Louis werkmanshuisjes bouwen om te verhuren. Rond 1833-1834 bouwt hij op het erf in Zonnekemeers een 35-tal huisjes, deze huisjes leveren samen een maandelijkse huur op van ongeveer 120 Frank. Deze groep huisjes krijgt later in de gemeenteraad van 24 september 1870 de officiële naam Wevershof (zie foto hierboven).

Jacobus Goethals, schoonvader van Louis, “stoker” in Oostkamp

Ondertussen wordt Jacobus Goethals, de schoonvader van Ludovicus, in Oostkamp eigenaar van een woonhuis, stokerij, brouwerij en andere gebouwen met een oppervlakte van bijna 66 are. Deze eigendom is gelegen in de wijk Leegendaele aan de Kortrijksestraat tegenover de Larestraat (volgens kadaster F nr 13, 14, 15, 16, 17 en 18) en was vroeger eigendom van de overleden jonkheer Balthazar Van den Bogaerde. Deze aankoop gebeurde vermoedelijk rond 1836 want op 27 april 1836 wordt te Klemskerke een vrijwillige openbare verkoop gehouden van de uitrusting van het landbouwbedrijf van Jacobus Goethals met o.a. 6 melkkoeien, 3 vaarzen, 30 kiekens, een windmolen en allerhande landbouwalaam en een voorraad aardappelen. Jacobus Goethals was boer en had geen ervaring met jenever stoken of bier brouwen. Hij was dan al zestig jaar oud het ligt dan ook niet voor de hand dat hij zo maar zijn landbouwbedrijf zou opgeven en van stiel zou veranderen. Misschien deed hij dat om zijn zonen Joseph en Henri een toekomst te geven, aannemelijker is echter dat Louis Van Strate mee heeft gespeeld in die beslissing om zo samen met de stokerij in Brugge de productiecapaciteit te verhogen want Louis zag het blijkbaar groots. Deze eigendom lag maar op een 7 kilometer afstand van de gebouwen in Zonnekemeers. Of Jacobus Goethals effectief naar Oostkamp is verhuisd is niet zeker want hij blijft later ook actief als boer in Klemskerke zoals blijkt uit een aantal verkopen die werden aangekondigd in de kranten van die tijd. In 1842 en 1844 verkoopt hij op zijn hof in Klemskerke in verschillende koopdagen nog paarden, melkkoeien, ossen en landbouwmateriaal en vruchten te velde (tarwe, gerst, maaigras). Bovendien staat hij in een lijst van eigenaars van onroerende goederen in Klemskerke rond 1840 vermeld als eigenaar en landbouwer. Misschien woonde Jacobus Goethals maar een korte tijd in Oostkamp, of misschien heeft hij er nooit gewoond.

Gedwongen verkoop van de eigendommen in Zonnekemeers

Het vergaat Louis minder goed want op 3 februari 1838 verschijnt in de Gazette van Brugge een annonce waarin wordt aangekondigd dat volgens een proces verbaal van november 1837 beslag werd gelegd op het woonhuis en het huis ernaast, de stokerij en brouwerij en 45 huisjes in Zonnekemeers en dit omdat Louis zijn schulden niet kon terugbetalen. Er dient te worden opgemerkt dat het Wevershof nooit 45 huisjes heeft geteld, misschien werden de overige huisjes langs Zonnekemeers meegeteld hoewel die geen eigendom van hem waren of misschien bedoelde men 45 woongelegenheden. In de annonce wordt Louis beschreven als ex-stoker en brouwer die nu in Gent woont. In het huis C8-2 naast de stokerij was een herberg “Les Quattre As” gevestigd, uitgebaat door Antoine Serron.

Om aan de schande die een gedwongen verkoop meebrengt te ontsnappen verhuist Louis op 6 oktober 1837 naar Gent samen met zijn vrouw en twee kinderen (Medardus geboren in 1835, en Nathalie geboren in 1837). Opmerkelijk is dat in diezelfde periode ook beslag werd gelegd op alle eigendommen van Pierre Bulcke uit Gistel, de schoonbroer van Anna Van Strate de zus van Louis. De schuldeiser was in beide gevallen Charles Van Wymelbeke-Vercauteren, rijk wisselagent en makelaar en zoon van Dominique Van Wymelbeke, bij wie François Dordu nog gewerkt had . Is er een verband tussen beide zaken en hebben Ludovicus en Pierre zich gewaagd aan een risicovolle onderneming die faliekant afliep? In die tijd werden soms grote kapitalen verloren aan ondernemingen die slecht afliepen. Niemand was hier immuun voor want enkele jaren later in 1839 kwam ook de schatrijke Charles Van Wymelbeke in zware financiële problemen.

Op 14 oktober 1837, dat is enkele dagen na het vertrek van Louis naar Gent, komt Joseph Goethals 22 jaar en broer van Marie Christine, in het huis en de stokerij in Zonnekemeers wonen. Volgens het bevolkingsregister kwam hij uit Klemskerke en was hij brouwer. Een maand later op 27 november 1837 komen ook François Dordu en Marguerite Van Strate, de tante van Louis, uit Wervik in Zonnekemeers C8-1 wonen. De reden waarom zij ook hun intrek namen in Zonnekemeers C8-1 was waarschijnlijk omdat Joseph ziek was geworden, want op 27 januari 1838 overlijdt hij. Joseph Goethals werd amper 23 jaar. Uiteindelijk gaat de verkoop niet door, mogelijks omdat de moeder van Louis voor voldoende financiële middelen zorgt. Op 23 mei 1838 verlaten François Dordu en Marguerite Van Strate het huis in Zonnekemeers en gaan naar de Minderbroederstraat wonen.

Ludovicus komt terug uit Gent naar Brugge want op 27 juli 1838 geeft hij de geboorte aan van zijn zoontje Louis die geboren werd in Zonnekemeers C8-1 waar het op 11 november van datzelfde jaar overlijdt. Louis wordt weer stoker en brouwer. Ook bij de geboorte van zijn zoon Charles op 8 november 1839 woont hij nog in Zonnekemeers en op 27 maart 1840 verschijnt nog een annonce waarbij hij zijn jenever aanprijst die te bekomen is aan de Waelbrugge (in Zonnekemeers). Vanaf dan verdwijnt hij voor een tijdje uit beeld in Brugge want in de Almanach van 1841 wordt zijn bedrijf niet meer vermeld.

Louis jeneverstoker in Oostkamp

Louis is verhuisd naar Oostkamp waar hij op 21 februari 1842 de geboorte van zijn dochter Elisa aangeeft. In de geboorteakte wordt vermeld dat Louis stoker is. Zijn schoonvader Jacobus Goethals was een van de aangevers en er staat dat hij landbouwer was in Klemskerke wat dus de hypothese bevestigt dat Jacobus maar korte tijd, of helemaal niet op de stokerij in Oostkamp heeft gewerkt. Het zal wel Louis geweest zijn die de stokerij en brouwerij in Oostkamp heeft gerund. In Brugge wordt het woonhuis C8-1 verhuurd als winkel aan Simon Carolus die er op 25 mei 1841 komt wonen en van het Walplein komt. Hij blijft er wonen tot maart 1843. Op 23 mei 1843 neemt Carolus Mortier, een schoenmaker, er zijn intrek en blijft er tot 9 juni 1845 om dan te verhuizen naar het huis ernaast C8-2. In 1845 komt de familie Van de Putte er wonen en zal er een aardappelmeelfabriek opstarten.
Jan Perneel, een advocaat, die de oom was van de kinderen Van de Putte woonde bij zijn nichtjes. Jan Perneel was een van de medeoprichters van de moderne suikerfabriek die 1837 in Ruiselede werd opgericht maar die een jaar later al haar activiteiten moest stoppen. De gebouwen en gronden werden opgekocht door de overheid die er de hervormingsschool oprichtte. Ook het huis C8-2 kent verschillende bewoners, het wordt tot 1836 verhuurd aan herbergier De Boodt en vervolgens aan Antoon Sarron die er het cabaret “Les Quattre As” open houdt. In 1842 komt Pierre Six er wonen, een kramer en hersteller van uurwerken. Die wordt opgevolgd door schoenmaker Carolus Mortier en in 1850 was Boutens Livinus er winkelier en broodverkoper. Nog later wordt het verhuurd aan een grote verscheidenheid aan mensen, vooral werkmensen. Louis blijft echter eigenaar en laat in 1843 nog een verbouwing uitvoeren aan het huis C8-3 dat hij in drie laat splitsen, waarschijnlijk om aan nog meer mensen te kunnen verhuren.

In 1846 eindigt ook het verhaal in Oostkamp want in april wordt het huis, de stokerij en brouwerij er te koop aangeboden. Het goed kon tot 1 mei 1846 gebruikt worden door de heer Goethals-Lems, de schoonvader van Louis. In dezelfde verkoop worden ook twee percelen land in Klemskerke aangeboden, waarschijnlijk ook eigendom van Jacobus Goethals of van Louis.

 
werkmansbeluik in Oostkamp , Leegendale  

De eigendom wordt aangekocht door Willem en Edmond Van Strate, de broers van Louis. Zij zullen later de gebouwen afbreken en er in de traditie van de familie een werkmansbeluik met 24 huisjes op bouwen. Vader Jacobus Goethals, zijn vrouw, Maria Lems en zoon Hendrik wonen dan al een tijd terug in Klemskerke waar Maria Lems overlijdt op 31 oktober 1853. Bij haar overlijden wordt vermeld dat zij werkvrouw was en haar man werkman. Josephus overlijdt enkele maanden later op 1 mei 1854 te Zevekote in de woning van moeder Justina Maes, hij werd 77 jaar oud. Justina Maes was een kloosterzuster die in 1826 vanuit het klooster van Terbunderen naar Zevekote werd gestuurd om er een gasthuis op te richten, daar kwamen later ook een armenschool en een bejaardenhuis bij. ( wellicht nu het Guysenhuis) .
Hendrik Goethals huwde in september 1883 te Klemskerke met Louisa Van Dycke, hij was dan 66 jaar.

Met schulden terug naar Brugge

Louis keert terug naar Brugge. Hij geeft er de geboorte aan van zijn zoontje Louis Jean die op 16 maart 1846 werd geboren. Hij woont dan, als rentenier, in Zonnekemeers C9-36, het latere koetshuis, naast de Bakkersrei dat eigendom is van zijn moeder Anne Bouvy. Opmerkelijk is dat een van de aangevers Jan Perneel is die samen met zijn nichtjes Sophie en Amélie Vandeputte in Zonnekemeers C8-1 woont en daar de aardappelzetmeelfabriek uitbaten. Louis wordt op 15 oktober 1846 ingeschreven in het bevolkingsregister op het adres C9-36 als “bijzondere” (d.i. zonder beroep). Sophie Van De Putte, de zuster van Amelie die de zetmeelfabriek in C8-1 verder uitbaat, komt op 11 november 1846 ook in dat huis wonen. Op de gemeenteraad van 23 mei 1846 wordt een aanvraag van “Sieur Louis Van Strate, ex-distillateur” behandeld waarin hij vraagt om vrijstelling van de boete die hem door de correctionele rechtbank van Brugge werd opgelegd voor een poging tot fraude bij het octrooi (belasting op drank). Deze aanvraag werd geweigerd. Louis was dus op dat ogenblik geen stoker meer maar het is niet geweten waar hij de jenever stookte waarvoor hij werd beboet. Op 14 december 1848 wordt een zoontje Alphonse geboren, Louis woont nog altijd in C9-36 maar verklaart nu stoker-brouwer te zijn wat zeer twijfelachtig is want de stokerij in Zonnekemeers was op dat ogenblik een aardappelzetmeelfabriek.

In 1848 moet Louis een schuldakte tekenen waarin hij erkent dat hij “in verscheidene standen goede en gangbare geldspeciën heeft ontvangen van zijn moeder Anne Bouvy”. Hij erkent een schuld van 18.000 Frank. Er is in 1848 ook een aanvullende schuldakte voor een bedrag van 1.525 Frank. Bij de ondertekening van deze akten zijn enkel Louis en Jan Bulcke, zijn schoonbroer, aanwezig en er wordt bovendien verklaard dat Louis nog in Oostkamp zou wonen. Misschien vinden zijn broers en zuster het tijd om de schulden van Louis op papier te zetten om betwistingen te voorkomen bij de toekomstige erfenis van hun moeder.

Voor Louis gaat het verder bergaf want in een proces verbaal van december 1849 worden de eigendommen van Louis in Zonnekemeers te koop aangeboden op vraag van zijn schuldeiser notaris Norbert-Marie Jacques Eggermont uit Gent.
De aardappelzetmeelfabriek was dan al overgenomen door Clémence Van Bunnen uit Gent. Op 2 februari 1850 wordt in het Journal de Bruges de gedwongen verkoop aangekondigd. Er zijn drie loten: de gewezen brouwerij met aanhankelijkheden die momenteel een aardappelzetmeelfabriek is, een huis met aanhankelijkheden C8-2 en C8-3 dat dienst doet als herberg en winkel, en een fort met 34 huisjes. Uiteindelijk kan deze verkoop worden afgewend. Op 22 januari 1851 geeft Louis een doodgeboren kind aan, hij woont dan nog in Zonnekemeers C9-36 en was particulier (bijzondere).

Drie weken later op 12 februari 1851 verlaat Louis Brugge en verhuist met zijn gezin naar Brussel. In Brussel wordt hij slager en vleesdistributeur. Op 15 januari 1852 geeft hij er de geboorte aan van een zoon Guillaume, hij woont dan in de Korte Beenhouwersstraat nr 15.

Gedwongen verkopen in 1851 en 1852

De schulden blijven Louis achtervolgen want op 7 mei 1851 wordt opnieuw de gedwongen verkoop van zijn eigendommen in Zonnekemeers aangekondigd en opnieuw kan de verkoop worden tegen gehouden. Op 1 februari 1852 verschijnt weer een annonce die de gedwongen verkoop aankondigt. Na enkele maanden van oponthoud wordt de definitieve toewijzing aangekondigd die zou doorgaan op 23 december 1852. Waarschijnlijk kwamen er geen kopers opdagen voor de verkoop. De gebouwen worden verder gebruikt door Clémence Van Bunnen voor haar aardappelzetmeelfabriek. In 1855 verlaat zij de fabriek en keert voor een korte tijd terug naar Gent om er enkele maanden later te huwen met Charles Vanderhofstad uit Brugge. Na haar huwelijk bouwde zij samen met haar man een eigen aardappelzetmeelfabriek op de Coupure in Brugge. Na het vertrek van Clémence staan de gebouwen in de Zonnekemeers leeg. Zij worden de jaren nadien nog geregeld te huur aangeboden en staan ook nog te koop maar zonder veel succes. Uiteindelijk zou in 1859 de kolenhandelaar De Schrijver de gebouwen aankopen. De opbrengst ervan ging waarschijnlijk naar de schuldeisers van Louis.

Erfenis van Anne Bouvy, moeder van Louis

Op 12 mei 1852 overlijdt Anne Bouvy te Menen in het klooster van de Benedictines die er een psychiatrische inrichting hadden, Anne werd 75 jaar. De verdeling van haar erfenis onder haar kinderen geeft een goed beeld van de rijkdom die ze had. Bij haar huwelijk met Willem Pierre Van Strate werd er een huwelijkscontract opgesteld waarbij werd beslist dat bij het overlijden van een van de partners de andere alle goederen zou erven. Anne liet 13 huizen en 27 werkmanshuisjes in de Oostmeers na aan haar kinderen. Tijdens haar leven had zij ook nog andere eigendommen gehad die verkocht werden, onder andere de 7 huisjes die grensden aan het Wevershof waarvan de opbrengst bij de verkoop aan Louis werd gelaten. Voor al haar huizen streek zij meer dan 4.000 Frank huur per jaar op. Hierna wordt een overzicht gegeven van de huizen die bij de definitieve veiling op 14 mei 1853 werden verkocht. Ter informatie wordt het huidige huisnummer gegeven, ook de verkoopprijs wordt vermeld en de maandelijkse huur die het pand opbrengt. Een aantal huizen bestaan niet meer en werden vervangen door nieuwe huizen of werden ingrijpend gerestaureerd.

1: Huis Nieuw Park B15 - 36 (nu Park 2, 6.850 Frank, verhuurd voor 26 Frank per maand)
2: Huis Goezeputstraat C9-65 (hoekhuis Oostmeers nu nummer 29, verhuurd voor 35 Frank per maand)
3: Huis Goezeputstraat C9-65² (huis naast het vorige nu nummer 27, verhuurd voor 37,5 Frank per maand)
4: 21 huisjes in de Oostmeers (Fort Verstraete, nu het Meersenhuis, verhuurd voor 87 Frank per maand voor de 21 huisjes samen). De twee huizen in de Goezeputstraat en de werkmanshuisjes werden verkocht voor 19.850 Frank
5: Huis Noordzandstraat D18-32, dit was het huis de Gouden Cleerborstel (nu nummer 95 ingenomen door firma Accent, 4.400 Frank, verhuurd voor 20 Frank per maand).
6: Huisje Hauwerstraat D17-56 (nu nummer 27, 900 Frank, verhuurd voor 8,10 Frank per maand)
7: Huis-broodbakkerij Zonnekemeers C9-36 (het koetshuis, nu kunstgalerij, 1.700 Frank, verhuurd voor 20 Frank per maand)
8: Beluik van 6 huisjes op de Walplaats C9-31 (later het fort Dobbelaere genoemd) (nu het hoekhuis Walplein en Stoofstraat), 3.050 Frank, verhuurd 28 Frank per maand voor de zes huisjes)
9: Huis met vier woonsten C17-91 en C17-9² (nu omgeving Groeninge 55, 2.550 Frank, verhuurd voor 19 Frank per maand)
10: Huis Oude Gentweg C13-32 (nu nummer 62 hoekhuis met Boudewijn Ravestraat, 1.460 Frank, verhuurd voor 7,11 Frank per maand)
11: Huis Oude Gentweg C13-34 (nu nummer 60 het andere hoekhuis met Boudewijn Ravestraat, 1.200 Frank, verhuurd voor 8,18 Frank per maand)
12: Huis Gentpoortstraat B12-27 (nu nummer 37, 1.425 Frank, verhuurd aan twee huurders voor samen 8,18 Frank per maand)
13: Huis op de hoek van de Steenstraat en de Grote Markt C1-1, estaminet de Bellevue (nu restaurant La Belle Vue, 11.100 Frank, verhuurd voor 59 Frank per maand)
14: Huis Oude Zak D6-30 (nu nummer 59, 3.300 Frank, verhuurd voor 16 Frank per maand)
15: Huis Sint Clarastraat E12-1 (nu nummer 21, 1.625 Frank, verhuurd aan meerdere huurders voor 13 Frank per maand)

Een aantal kopen worden ingekocht door de erfgenamen, Willem koopt de kopen 1, 6, 7, 11, 15; Edmond kocht kopen 2, 3, 4, 14; Anne kocht koop 13. Omdat sommige huizen nog belast waren met een hypotheek of schuld viel de totale opbrengst lager uit, na aftrek van al de kosten bedroeg de opbrengst 44.799 Frank. Omdat de schulden van Louis aan zijn moeder beduidend hoger waren dan zijn aandeel in de erfenis keerde hij met lege handen terug naar Brussel met de belofte dat hij “te gepaste tijde” zijn schulden aan zijn broers en zuster zou aflossen.