De merkwaardige geschiedenis van de familie van Louis Van Strate in Argentinië
Deel 3

Algemene inleiding:

Waar kwam die familie Van Strate vandaan, welk is hun verband met Brugge en waar gingen die familieleden naartoe?
Die familiegeschiedenis die loopt over vierhonderd jaar wordt in 3 delen geschetst.

Deel 1: Aanvankelijk startte de familie Van Strate samen met de familie Sporkman een jeneverstokerij in Schiedam, Nederland. Zij weken uit naar Islington Engeland. Het bewogen begin in Schiedam en waarom ze uitweken naar Engeland en daarna naar Brugge kunt u lezen op de webpagina "de geschiedenis van de familie Van Strate in Brugge" in het menu onder de rubriek "Erfgoedpanden beschrijving 2" en dan "het Wevershof" of klik hier om direct op de webpagina te komen.

Deel 2: Gedurende drie kwart eeuw verbleef de familie Van Strate in Brugge op een domein in de Zonnekemeers . Zij hadden er hun jeneverstokerij en brouwerij. Het was ook een tijd waarin het Brugge op economisch vlak niet voor de wind ging. Vermogens werden vergaard en vermogens gingen verloren. Zo verging het ook de familie Van Strate.

U kunt deze geschiedenis lezen op de webpagina "de geschiedenis van de familie Van Strate in Brugge" in het menu onder de rubriek "Erfgoedpanden beschrijving 2" of klik hier om direct op de webpagina te komen.
U kunt ook het verband van de familie met het "Wevershof" ontdekken op de website "Wevershof , bouwgeschiedenis tot 1900" of klik hier om direct op de pagina te komen.

Het laatste familielid dat prominent aanwezig was in Brugge was Ludovicus (Louis) Van Strate (°1805 Brugge- overleden 1880). Een groot deel van dit verhaal draait rond Louis Van Strate. Hij liet in Brugge het grootste werkmansbeluik "het Wevershof" bouwen. Hij verloor een groot deel van zijn kapitaal. Om zijn leven een nieuwe wending te geven verhuisde hij in 1855 naar Argentinië.

Deel 3: In Argentinië kwam hij aanvankelijk in een neteliger situatie terecht dan zijn huurders in het Wevershof. Maar dank zij zijn ondernemingsgeest kwam hij erbovenop. Toch keerde hij nog eens terug naar Brugge om er in 1880 te sterven. Dit verhaal en de verstrengeling met de politieke situatie toen in Argentinië en de lotgevallen van de nieuwe kolonisten daar kunt u lezen in deze webpagina .

Stamboom van de familie: klik hier om direct op de webpagina te komen

**********************************************************************

Louis kolonist in Esperanza (Argentinië)

 

In het kerkregister van de kerk “Natividad de la Santisima Virgen” van Esperanza in de provincie Santa Fe in Argentinië worden de namen van de 230 families die de kolonie in 1856 stichtten vermeld, bij deze namen vindt men de naam van Luis Van Strate. Ludovicus heeft België verlaten op zoek naar meer geluk in het verre Argentinië. Argentinië had zich in 1816 los gemaakt van Spanje en na een aantal opstanden, burgeroorlogen en oorlogen met buurlanden werd het een federaal land met een los verband tussen de provincies. In 1853 scheurde de provincie Buenos Aires zich los uit de federatie, de andere 13 provincies verenigden zich en riepen de Republiek Argentinië uit met als hoofdstad Paraná op 40 kilometer van Santa Fe en 70 kilometer van de landbouwkolonie Esperanza.

   

Het immense land was dun bevolkt en men trachtte kolonisten aan te trekken om het land te ontwikkelen. Met dat doel voor ogen werden door privépersonen in samenwerking met de overheid landbouwkolonies opgericht. In Santa Fe was er de rijke ondernemer Aaron Castellanos die vijf kolonies zou oprichten, de eerste kreeg de naam Esperanza en bevond zich 30 kilometer ten noorden van Santa Fe. Castellanos zou voor elke kolonie 200 gezinnen aantrekken uit Europa. Elke familie zou een concessie krijgen van 519 meter breed en 645 meter lang, of 20 cuadros cuadrados (33,4 hectare), ook een huis(je), vee, zaad- en plantgoed en levensmiddelen werden ter beschikking gesteld. Men werd ook vrijgesteld van militaire dienst en gedurende vijf jaar moest men geen belastingen betalen. In principe zou men dan na twee jaar een som moeten terugbetalen en zou men de eerste vijf jaar één derde van de oogst moeten afstaan, maar na die vijf jaar werd men eigenaar van de concessie.

Er werd beroep gedaan op Europese recruteringsagentschappen om kandidaat-kolonisten te vinden. De mooie praatjes en brochures van de agenten overtuigden velen om naar het beloofde land te gaan om er een mooi landbouwbedrijf te krijgen. Men verkeek zich ook op de waarde van het land, in Europa was een stuk grond van 33,4 hectare heel veel geld waard maar in Argentinië was de waarde van die grond maar 25 tot 50 Boliviaanse pesos waard of een equivalent van 2 à 3 koeien.

Ook Louis moet zich laten overtuigen hebben en vertrekt met zijn vrouw en kinderen naar de andere kant van de wereld. Hij was dan al 50 jaar en zijn jongste kind was amper 3. Zij waren waarschijnlijk mee met de eerste boot, de Kyle Bristol, die op 9 november 1855 vertrok uit Duinkerken. In totaal vertrokken er zes boten naar Esperanza, vier van uit Duinkerke en de twee laatste uit Antwerpen. Op één van de boten die uit Antwerpen vertrok moet ook Medard mee gereisd zijn. Hij studeerde voor apotheker maar reisde na korte tijd zijn familie achterna.

Het was een lange en zware reis, meerdere volwassenen en kinderen overleefden niet. Ook Alphonse, het zoontje van Louis en Marie-Christine overlijdt onderweg. In Esperanza wacht hen een ontgoocheling. Castellanos heeft ruzie gekregen met het provinciaal gouvernement en weinig van het beloofde is aanwezig. De huisjes zijn nog maar half afgewerkt of moeten nog gebouwd worden, het zijn in feite hutten zonder comfort en kwalitatief ver beneden de kleine werkmanshuisjes die Louis deed bouwen in Zonnekemeers. De beloofde vee kuddes zijn kleiner dan beloofd en er moet nog heel veel werk worden verricht vooraleer men kan beginnen met boeren. De kolonie bestaat uit een aaneengesloten rechthoekig blok land dat bestaat uit twee helften, het linkse deel is voor de Duitstaligen, het rechtse deel is voor de Franstaligen en in het midden ligt een brede ”boulevard”. Het totale blok is 9,7 kilometer lang en 7,3 kilometer breed en wordt verdeeld in 210 percelen. De officiële talen zijn het Frans en het Duits.

Op 21 en 23 januari 1856 kwamen de eerste boten aan in Buenos Aires na gedurende twee en een halve maand onderweg te zijn geweest (er was ook een tussenstop geweest in Rio de Janeiro). Daar gingen ze aan boord van het stoomschip Ascunción en gingen via de rivier Paranà naar de stad Santa Fe waar zij op 25 januari aankwamen . Het ogenblik was slecht gekozen want op dezelfde dag neemt de gouverneur van Santa Fe het bevel van het leger in handen om de grenzen van de provincie Santa Fe te verdedigen tegen de oprukkende troepen van Buenos Aires.

Na een korte herstelperiode vertrekken de kolonisten te voet naar Esperanza dat dertig kilometer verder lag en waar de eersten op 31 maart 1856 toekwamen. In totaal werden 1.387 mensen overgebracht naar Argentinië voor het bevolken van de kolonie Esperanza. Van de families die in de eerste helft van 1856 de kolonie bevolkten waren er 102 Zwitserse families, 58 Duitse, 28 Franse en 6 Belgisch-Luxemburgse families. Later kwamen ook andere families naar de kolonie. Op 8 september 1856 wordt de stad Esperanza gesticht, zij wordt bestuurd door een vrederechter. Waarschijnlijk behoort het gezin van Louis bij de eerste lichting, in elk geval kwamen zij in 1856 al aan. Van bij hun aankomst worden hun namen aangepast; Louis wordt Luis, Medard wordt Medardo, Charles wordt Carlos en Guillaume wordt Guillermo. Louis had ook een knecht meegebracht, Devulder Juan Félix. Zij krijgen concessie nummer 6 gans bovenaan in het Franstalige deel van de kolonie. Dicht bij zijn domein ligt het slachthuis, het is dan ook niet onmogelijk dat Louis in Argentinië nog dieren slachtte.

plan van de kolonie Esperanza met aanduiding concessie Louis

 

De eerste jaren vallen geweldig tegen, niet alleen omdat de beloofde voorzieningen onvoldoende aanwezig zijn maar vooral omdat de natuur er lelijk huis houdt. De velden worden geteisterd door enorme zwermen sprinkhanen, de oogsten worden vernietigd door overvloedige regens. Vooral 1859 wordt een zeer moeilijk jaar.

Er heerst armoede en een aantal gezinnen verlaten de kolonie om knecht te worden in de stad Santa Fe . Louis blijft en op 19 juli 1859 koopt hij de helft van concessie 37, op 13 september 1859 verkoopt hij de helft van concessie 16. Hoe die laatste in zijn bezit kwam is niet gekend. Na de moeilijke jaren stabiliseert de toestand enigszins en in december 1862 worden de kolonisten, met één jaar vertraging, eigenaar van hun concessie

de huisjes in de concessie Esperanza

 

 

 

Esperanza heeft zich verder ontwikkeld en op 12 mei 1861 worden de eerste gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd in Esperanza, bij de tien verkozenen vindt men Luis Van Strate terug. Op 26 mei 1861 wordt de eerste gemeenteraad gehouden en het proces verbaal wordt mede ondertekend door Louis. In Esperanza staat een monument dat deze eerste gemeenteraad herdenkt, op dat monument komt de naam van Luis Van Strate voor. Op 15 juni 1862 wordt Louis opnieuw verkozen in de gemeenteraad. Op 16 mei 1864 moeten nieuwe leden worden gekozen in de gemeenteraad maar Luis Van Strate moet vervangen worden want hij heeft de gemeente verlaten.

Proces verbaal eerste gemeenteraad Esperanza met handtekening Ludovicus


 

Louis naar de kolonie San Jerónimo

Louis heeft Esperanza verlaten in 1863 en is verhuisd naar San Jerónimo Norte, een landbouwkolonie die in 1858 werd gesticht en een 20-tal kilometer ten zuiden van Esperanza ligt. Louis heeft zijn eigendommen in Esperanza verkocht, volgens sommigen omdat de zaken er niet goed gingen en volgens andere bronnen omdat hij er te weinig land had voor zijn opgroeiende zonen. De kolonie San Jerónimo heeft een zeer moeilijke start gehad maar was uiteindelijk in 1863 volzet. In augustus 1863 wordt de kolonie uitgebreid door annexatie van aanpalende gronden, en in december van datzelfde jaar wordt de kolonie nogmaals uitgebreid. Het is op deze laatste uitbreiding dat Ludovicus een concessie verwerft. Waarom Louis naar San Jerónimo trok en er een concessie wist te verkrijgen is mogelijks een familiekwestie geweest. Op 18 juni 1862 was Medardo in het huwelijk getreden met Catalina (Katharina) Kaiser, de dochter van een Duitse kolonist die in Esperanza concessie 57 had. Een andere dochter Isabelle Kaiser was vrij kort na hun aankomst in Esperanza al getrouwd met José Stessens een man uit Retie die samen met zijn broer Juan en diens vrouw als knechten naar Esperanza waren meegekomen. Omdat hun bazen hun plichten niet vervulden kregen zij vrij snel zelf een concessie in de kolonie. Louis, Medardo en José Stessens trekken samen met hun gezin naar San Jerónimo waar ook Gertrudis Kaiser woont, de zuster van Catalina en Isabelle. Gertrudis huwt er in november 1864 met Bernardo Risse, een Duitser die ook de vrederechter was van San Jerónimo.

Een telling georganiseerd door vrederechter Bernardo Risse in december 1864 geeft aan dat Luis Van Strate brouwer van beroep is, hij heeft ook 58 koeien, 5 paarden en één varken. Hij produceert ook kaas en boter. Het gezin bestaat uit 5 mannen en 2 vrouwen, dit moeten dan Louis, Louis-Jean, Carlos, Guillermo en misschien de knecht Devulder zijn en verder Marie-Christine en Elisa. Zij wonen in een huis met strooien dak en in de boomgaard staan twee bomen. Ook uit een andere bron blijkt dat Louis brouwer is, het beroep dat hij ook in Brugge uitoefende. Er zijn geen bronnen die Louis als brouwer in Esperanza vermelden, maar het is niet uitgesloten dat hij ook daar actief was want ook in Esperanza zal men bier hebben gedronken. Een latere telling in 1867 geeft aan dat er in San Jerónimo één kolonist is met meer dan 150 runderen, twee hebben er meer dan 100 en één van die twee is Louis. De familie had ook kennis van farmacie en landbouw (tarwe en vlas) en zij konden één van de eersten geweest zijn die in Santa Fe vlas teelden en lijnolie maakten dat zij gebruikten om hout te beschermen en zeildoeken waterdicht te maken.

Louis brouwer in Santa Fe

Louis is blijkbaar succesvol in de kolonie San Jerónimo en toch is hij er bij de nationale telling van 15 september 1869 niet meer terug te vinden. Hij is dan verhuisd naar de zuidelijke helft van de stad Santa Fe waar hij samen met zijn vrouw en zijn zonen Carlos en Guillermo woont. Ook wordt vermeld dat de vrouw van Medardo, Catalina Kaiser en haar twee kinderen bij hen wonen. Mogelijks waren deze op bezoek bij Louis toen de enquête werd afgenomen want zij komen ook voor in de census 1869 van San Jerónimo waar zij samen met Medardo wonen. Louis moet een paar jaar in de hoofdstad hebben gewoond want in 1873 schrijft hij een brief naar het provinciaal gouvernement met de vraag om hem vrij te stellen van het “patente” (belasting) op zijn bier. Hij schrijft dat hij uit Frankrijk komt en een brouwerij heeft opgericht die hem alleen verlies oplevert omdat hij niet kan concurreren met het buitenlandse bier. Hij schrijft dat hij jong is (hij was dan 68 jaar) en een startende ondernemer is met familielast, maar alleen Carlos (34 jaar) en Guillermo (21 jaar) wonen dan nog bij hem. In het boek “Latitud Sur 310, momentos estelares de Santa Fe” van José Pérez Martin van 1975 waarin de topmomenten van Santa Fe worden besproken staat het bier van Luis Van Strate zelfs twee maal vermeld als uitstekend product van het departement San José (ten zuiden van Santa Fe). In de memoires van Florindo Moretti, een socialistisch vakbondsman uit het begin van de 20e eeuw, wordt de streek van Santa Fe geroemd en wordt het bier van Luis Van Strate expliciet vermeld. Op de “Exposición Nacional’ die tussen oktober 1871 en januari 1872 werd georganiseerd in Córdoba (Argentinië) stelde Luis Van Strate flessen bier ten toon uit zijn fabriek in San José. Ondanks het feit dat het bier van Ludovicus blijkbaar goed bekend was en van uitstekende kwaliteit was zou zijn brouwerij toch verlieslatend zijn geweest.

Tijdens zijn verblijf in Santa Fe behield Louis zijn bedrijf in San Jerónimo. In 1872 wordt Louis vermeld als eigenaar van 4 concessies van elk 22 hectare (in werkelijkheid elk 33,4 hectare groot). Het was uitzonderlijk dat iemand meer dan één concessie had in de kolonie. De familie Van Strate werd ook geciteerd als eigenaar van nog andere percelen grond. Blijkbaar ging het niet zo slecht met de zaken van Louis. Hij verliet Santa Fe en kwam terug wonen in de kolonie. In een provinciaal decreet van 23 september 1878 wordt Louis samen met de pastoor en nog een andere inwoner benoemd tot lid van een nieuw opgerichte gemeentelijke commissie. Amper enkele maanden later op 5 december 1878 wordt al een nieuw decreet gepubliceerd waarin wordt vastgesteld dat Louis de kolonie heeft verlaten en naar Europa is gegaan.

Louis terug naar Brugge op zoek naar geld

Op 15 oktober 1878 wordt Louis Van Strate in het bevolkingsregister van Brugge ingeschreven in de Zuidzandstraat nummer 3, hij is dan rentenier en verklaart uit Brussel te komen. Zijn vertrek uit Argentinië is blijkbaar totaal onverwacht, want toen het decreet verscheen over zijn benoeming in een commissie had hij Argentinië al verlaten. Volgens Augustín Van Strate, een nakomeling van Louis, zou hij gehoord hebben dat zijn brouwerij verkocht was en wou hij verhinderen dat het geld in de handen van de “religieuzen” zou vallen. De meest logische verklaring zou dan ook zijn dat hij gehoord had dat zijn broer pastoor Edmond overleden was en wou hij zijn deel van de erfenis krijgen. Zijn voortdurende zoektocht naar geld zou hem dan aangezet hebben om zijn familie achter te laten en ondanks zijn 73 jaar de zware reis naar Brugge aan te vatten.

In Brugge waren er nog maar weinig familieleden overgebleven. De dichtste familie was Leopoldine Bulcke, de dochter van zijn zuster Anne, zij woonde met haar man Louis Deroeck die directeur was van een verkoopzaal in de Nieuwstraat 2 (nu Mariastraat 5). Leopoldine was juist diegene die de erfenis van zijn broer Edmond had gekregen. Verder was er Mathilde Van Strate, de dochter van Pierre Willem de broer van Louis zijn vader. Ook Emile Dordu woonde dan in Brugge, hij was de kleinzoon van Marguerite Van Strate de zuster van de vader van Louis. Of Louis nog contact heeft gehad met deze familieleden, en of hij nog geld heeft kunnen recupereren is niet gekend. Op 21 juni 1878 verhuist hij naar de Moerstraat nr 78 (nu nummer 114), en enkele maanden later op 29 september 1878 verhuist hij naar de Naaldenstraat 14. Waarschijnlijk ging hij op deze adressen in pension. Op 13 juni 1880 overlijdt Louis in het Sint-Janshospitaal, rechtover het huis waar hij geboren werd, ver van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen die in Argentinië achterbleven.

Bij haar overlijden in 1885 liet Leopoldine Bulcke een deel van haar erfenis na aan de kinderen van Emile Dordu. In dat deel zaten nog twee eigendommen die hadden toebehoord aan Edmond Van Strate, namelijk het werkmansfort in de Oostmeers en het beluik in Oostkamp.
Het fort in de Oostmeers werd voor 14.000 Frank verkocht aan Albert Verstraete-De Clercq. Hij was eigenaar van de kaarsenfabriek in de Oostmeers en buur van het fort dat de naam Fort Verstraete kreeg. Albert Verstraete liet er een zondagsschool bouwen.
Het beluik in Oostkamp dat ingesteld was op 8.000 Frank raakte niet verkocht. De kinderen Dordu erfden ook het huis van Louis De Roeck en Leopoldine Bulcke in de Nieuwstraat 2 (nu Mariastraat 5) waar Louis De Roeck een verkoopzaal had. Dit huis werd verkocht voor 9.650 Frank. Louis heeft dus nooit iets geërfd van zijn twee broers die allebei geen directe nakomelingen hadden.

De kinderen van Louis in Argentinië

Marie Goethals woonde in het dorpje Las Tunas, op 8 kilometer van San Jerónimo. Zij verbleef bij haar zoon Carlos die voerman was en ongehuwd bleef. Zij overleed op 27 augustus 1890 en werd begraven in San Jerónimo.

Van Elisa Van Strate zijn twee kinderen gekend, het eerste Dolores Goiza Van Strate werd geboren rond 1874. Dolores huwde in maart 1892 in Santa Fe met Cesar De La Torre, een Italiaan. Het tweede kind was Eugracia Van Strate dat geboren werd op 2 februari 1877 en gedoopt op 6 november 1877 in Paraná dat op elf kilometer van Santa Fe ligt. In de telling van 1887 wordt Elisa vermeld in de stad Santa Fe samen met haar dochter Dolores die toen 13 jaar was. Elisa was vrijgezel en handelaarster. Eugracia die toen 10 jaar oud zou moeten geweest zijn werd niet vermeld, er mag dan ook worden aangenomen dat zij al overleden was. Van Guillermo Van Strate werd niets meer teruggevonden.

Luis Van Strate (zoon van Louis) jeneverstoker en boer in Paraguay

In 1863 was er een staatsgreep in Uruguay met de steun van Brazilië. Buurland Paraguay verdedigde de oude regering en vroeg aan Argentinië doorgang om Uruguay beter te kunnen aanvallen, Argentinië weigerde en sloot een Triple Alliantie met Uruguay en Brazilië. Hierop volgde een verschrikkelijke oorlog, uiteindelijk werd op 1 maart 1870 het nog resterende deel van het Paraguyaanse leger, nog amper 400 man sterk, definitief verslagen. Paraguay verloor een groot stuk van zijn grondgebied, van de meer dan 1,3 miljoen inwoners voor de oorlog bleven er nog 200.000 over waarvan 28.000 mannen. Argentinië eiste het gebied van Villa Occidental in de Chaco op en Argentijnse kolonisten bezetten het gebied. Dit gebied bleef een twistappel tussen Argentinië en Paraguay tot op 12 november 1878 de Amerikaanse president Hayes die als bemiddelaar werd gevraagd beslistte om het gebied toe te wijzen aan Paraguay, uit dank werd de naam gewijzigd en werd het vanaf dan Villa Hayes genoemd. Onder de kolonisten was Luis Van Strate, de zoon van Louis-Jean. Louis-Jean (Luis Van Strate) was op 28 april 1869 gehuwd met Josepha Villarraza, afkomstig uit Buenos Aires maar van Italiaanse afkomst. Zij trouwden in Paraná.

Van Luis is bekend dat hij al vóór 1874 naar Villa Hayes in Paraguay trok want zijn tweede kind Josefa werd op 29 mei 1874 gedoopt in de kathedraal van Asunción, de hoofdstad van Paraguay, ook zijn vier jongere kinderen worden in Asunción gedoopt. In meerdere boeken vindt men iets terug over het verblijf van Luis in Paraguay.

Zo richtte hij in 1878 een succesvolle likeurstokerij op waarvan de waarde tegen het einde van de 19e eeuw vertienvoudigd werd. Hij produceerde in het begin per dag 400 liter alcohol en 200 liter likeur. De likeuren werden bereid met allerhande soorten vruchten en kruiden en hadden groot succes. Hij nam deel aan meerdere wereldtentoonstellingen en won vele prijzen met zijn likeur en suiker, onder andere in Barcelona in 1888 en Brussel in 1897. Hij wordt beschreven als een van de succesrijkste distilleerders in Asunción die op zijn landbouwbedrijf uitgebreide suikerrietaanplantingen had, en op zijn bedrijf ook een distilleerderij had.

annonce van Luis Van Strate

 

Hij voerde ook publiciteit in boeken en tijdschriften voor zijn “grote fabriek van likeur en rietsuiker” dat dicht tegen de baai van Asunción lag. In 1884 krijgt hij nog een bijkomende concessie van 150 hectare in de Chaco. Luis was geslaagd in zijn leven en verhuist naar een residentiële wijk in de hoofdstad. In 1915 woont hij in de Avenida Morra in de “Quinta Mathilda” (een quinta is een buitenhuis). Op 26 november 1925 wordt hij begraven op het kerkhof Recoletta in Asunción, hij was weduwnaar, werd 80 jaar oud en overleed aan myocarditis.

Medardo Van Strate in San Jerónimo en Progresso


Medardo Van Strate, de oudste zoon van Louis, onderbrak zijn studies van apotheker om zijn familie achterna te reizen naar Esperanza. Op 18 juni 1862 trouwde hij met Catalina Kaiser die van Duitse origine was. In 1863 gaat hij met zijn vader en zijn schoonzus mee naar de naburige kolonie San Jerónimo. Zijn zeven kinderen worden alle geboren in San Jerónimo, het eerste in 1865 en het laatste in 1878. Medardo is niet alleen landbouwer maar ook slager. Rond 1868 opent hij naast zijn slagerij ook een winkel. Medardo is betrokken bij een bewogen periode in de provincie Santa Fe. De nieuwe gouverneur was niet geliefd bij de bewoners van San Jerónimo, hij had liberale gedachten en respecteerde de katholieke gewoontes niet. Zo seculariseerde hij de kerkhoven, voerde het burgerlijk huwelijk in en kwam meermaals in conflict met de kerk. Op 15 november 1867 benoemde hij tot ongenoegen van de bevolking een nieuwe vrederechter in San Jerónimo.

De vrederechter huurde een woonruimte bij Medardo die daardoor in een slecht daglicht kwam te staan. Op 22 december 1867 brak de gewapende opstand uit en onder de kreet “Viva Dios! Mueran los masones!” (leve God, dood aan de vrijmetselaars) werd de gouverneur afgezet. Op 25 december, Kerstmis, kwamen de opstandelingen terug naar San Jerónimo en trokken naar het huis van Medardo waar zij de deuren van de slagerij forceerden, de meubels vernielden en brand stichtten. Gelukkig waren Medardo en de vrederechter op tijd kunnen vluchten. Het bleef nog een tijdje onrustig en het werd Medardo niet vergeven dat hij de vrederechter onderdak had gegeven. Maar vrij snel kwam de rust terug en kreeg Medardo een schadevergoeding van 150 Boliviaans pesos voor de geleden schade. Dat het leven in de kolonie niet altijd vredelievend verliep wordt ook geïllustreerd door het lot van José Stessens, de schoonbroer van Medardo, die werd op 25 april 1874 door onbekenden dood geslagen op zijn akkers. Twee weken later beviel de vrouw van José van hun achtste kindje.

In San Jerónimo bleef Medardo Van Strate een rol spelen. Zo werd hij per decreet van 24 januari 1876 benoemd als lid van een schoolcommissie, en per decreet van 4 december 1876 werd hij lid van een commissie voor de classificatie van de patenten. Op 8 februari 1878 overlijdt zijn echtgenote bij de geboorte van hun zoontje José dat enkele weken later ook overlijdt. Medardo blijft achter met zes kleine kinderen. Het ongeluk bleef hem achtervolgen want een tijd later gaat zijn onderneming, zijn machines en documenten in de vlammen op. Medardo verlaat San Jerónimo en gaat naar de kolonie Progresso die in 1881 werd opgericht en 45 kilometer ten noorden van Esperanza ligt.

 

In meerdere documenten wordt Medardo een van de pioniers van Progresso genoemd, in het “Archivo general de la Provincia de Santa Fe” wordt nog een foto van hem bewaard. In Progresso zou Medardo tien concessies hebben gehad en ook een winkeltje waarin hij onder andere geneesmiddelen verkocht. Hij ontwikkelde een eigen medicijn tegen cholera, verzorgde slangenbeten en zette ontwrichte en gebroken ledematen.

   

Medardo Van Strate overleed in Progresso op 13 november 1903, hij werd 68 jaar. Medardo werd begraven in een pantheon op het kerkhof van Santo Domingo in Progresso. Op een kruis aan de ingang van het pantheon staat in grote letters 1805, het geboortejaar van vader Louis.

Telg van een Bruggeling kandidaat vice-president van Argentinië

De geschiedenis van de familie Van Strate kan niet volledig zijn zonder de vermelding van Deolindo Félipe Bittel-Van Strate. Deolindo was de zoon van Felipe Bittel en Carolina Van Strate. Carolina was de dochter van Carlos Felipe Van Strate, de zoon van Medardo.

Zij huwde met Felipe Bittel die in Villa Angela woonde. Villa Angela ligt bijna 500 kilometer ten noorden van San Jerónimo, maar dat is wel dichtbij de provincie Santiago del Estero waar het Selva Nera (zwarte woud) ligt waar de vader van Carolina werkte als administrator van de firma Otto Bemberg. Otto Bemberg was ook eigenaar van de brouwerij Quilmen die in 2006 werd overgenomen door AB Inbev. Carlos Felipe controleerde de uitgestrekte landerijen en bossen van de firma en werd op 10 december 1924 tijdens zijn werk doodgebliksemd. Tien maand later werd hij bijgezet in het familiepantheon in Progresso. Het feit dat Carlos Felipe in een gebied werkte dat dicht bij Villa Angela ligt verklaart waarom Carolina haar man leerde kennen in een dorp dat zo ver van San Jerónimo lag.

Deolindo Félipe en Carolina kregen op 10 juni 1922 een zoon die zij Deolindo Félipe noemden (volgens andere bronnen werd hij op 22 mei 1922 geboren). Op vrij jonge leeftijd verloor hij zijn vader die overleed na een val in een ravijn. Hij werd opgevangen door leden van de familie Van Strate en ging naar school in Esperanza. Deolindo werd notaris en politicus. Hij sloot zich aan bij de partij van Juan Péron en werd drie maal verkozen tot gouverneur van de provincie Chaco; door de militaire staatsgreep in 1976 kon hij zijn laatste mandaat niet uitoefenen.

In 1983 werd de democratie hersteld en Deolindo Felipe Bittel kwam bij de verkiezingen op voor de post van vice-president aan de zijde van presidentskandidaat Italo Luder maar de peronisten verloren vrij verrassend de verkiezingen. Het heeft dus niet veel gescheeld of een nazaat van een Bruggeling werd vice-president van Argentinië. Deolindo werd nog verkozen tot senator en had belangrijke functies in de senaat. Hij werd ook burgemeester van de stad Resistencia in het noorden van Argentinië, een stad met bijna 300.000 inwoners.

Hij overleed op 22 september 1997 in Resistencia. Om hem te eren werd de kamer van de provinciale deputatie van de provincie Chaco naar hem genoemd, en in Resistencia is een wijk naar hem genoemd.

Hoe is het nu gesteld met de familie Van Strate?

De geschiedenis van de familie Van Strate, die gedurende meer dan vier eeuwen werd gevolgd, toont aan dat deze familie het globaal genomen beter had dan de gemiddelde burger. Zij waren actieve ondernemers die ook een rol probeerden te spelen in de maatschappij. Sommigen vergaarden een vermogen, anderen verloren hun bezittingen. Na meer dan 400 jaar familiegeschiedenis blijkt volgens de website familienamen.be en cbgfamilienamen.nl dat de naam Van Strate niet meer voorkomt in België en Nederland.

In België leeft de familie verder dank zij de nakomelingen langs vrouwelijke kant, het zijn de nakomelingen van François Dordu-Marguerite Van Strate en van Johannes Bulcke-Anne Van Strate.

In Zuid-Amerika zijn er enkele honderden personen die de naam Van Strate dragen, vooral in Argentinië en Paraguay. Het zijn allemaal nakomelingen van Louis Van Strate uit Brugge die uit geldnood hoopte een betere toekomst te vinden in het verre Argentinië en men vindt ze terug in alle lagen van de bevolking