Het Wevershof, een arbeiders beluik in de Zonnekemeers.
Bouwgeschiedenis tot 1900

Een arbeidersbeluik werd ook een "Fortje" genoemd. In 1901 was het Wevershof een van de grootste fortjes van Brugge met 170 inwoners en 28 huisjes. Nu is het een Godshuis de stichting "Leon De Meulemeester" van 11 gerestaureerde woningen aangevuld met 3 huisjes langs de Zonnekemeers beheerd door het OCMW.

(zie foto van rond 1900 hiernaast, genomen vanuit de oude ingang langs de Zonnekemeers)

Samen met het fortje 't Kattepoortje in de Oude Gentweg nr 153-157 (in 1901 8 huisjes en 25 inwoners) zijn het de 2 enige volledig bewaarde en gerestaureeerde beluiken.

Deze websitepagina vertelt de geschiedenis van het Wevershof tot 1900

   
 
 

Op het plan van Marcus Gerards uit 1562 is de driehoekige vorm (De Driehoek)van het latere fortje al zichtbaar tussen de Zonnekemeers (vroeger de Nieuwe Meers genaamd), de Reie en het begin van de boog van de begijnhofgrachten van het Begijnhof (Marcus Gerards tekende de 2 begijnhofgrachten niet, bovendien zijn de afstanden en de invulling geen juiste weergave zoals blijkt uit het kadasterplan uit 1811 hieronder met de omgeving van het Begijnhof.) We noemen verder in deze website de onderste gracht de begijnhofgracht die noordelijk en westelijk rond het Begijnhof vloeit, de bovenste gracht noemen we de Begijhofbuitengracht die verder naar het westen loopt om tenslotte om te buigen naar de Zonnekemeers en het domein van Sint-Jan. Belet wel dat de Begijnhofgracht uitmondt in de buitengracht voor die in de Reie uitmondt.

).

Hieronder is een verder detail van de kadasterkaart uit 1811 met de site van het latere het Wevershof weergegeven

 

De turkooise lijn is de omtrek van het huidige gebouw van de Zonnekemeers 1-3-5 (de meubelfabriek van de gebroeders Claeys) (weliswaar een klein beetje opgeschoven naar onder). In 1811 was er nog geen sprake van de gebroeders Claeys op deze site en ook niet van het Wevershof.

De evolutie van de Driehoek van de Zonnekemeers wordt over 2 webpagina's verspreid:

1. van 1580 (begin oud kadaster) tot 1900 ( de periode waarin het Wevershof ontstaat is in de eerste helft van de 19de eeuw): zie deze websitepagina "Wevershof, bouwgeschiedenis tot 1900".
2. van 1900 tot heden (het Wevershof wordt eigendom van Stedelijke Burgerlijke Godshuizen en het huidge OCMW): zie website pagina: "Wevershof, bouwgeschiedenis vanaf 1900" of klik hier om snel op de pagina te komen.

Periode 1 : 1580 tot 1900
1. De voorgeschiedenis tot het einde van de 18de eeuw

De Driehoek tussen Begijnhof, Reie en Zonnekemeers bestond vóór 1580 uit verschillende delen en deeltjes. We kunnen de evolutie ervan vanaf 1580 volgen via het huizenonderzoek Brugge (KAARTHUISMAGIS). Om de evolutie te volgen van wat later het Wevershof zal worden is een korte uitleg nodig in de kadasternrs en huisnrs van die tijd .

In 1580 waren, ter gelegenheid van de invoering van een volledig kadaster, alle toen bestaande percelen genummerd per zestendeel met een volgnummer (een zestendeel was een bepaalde sector van de Brugse binnenstad, in dit geval het OLV zestendeel). Onze Driehoek bevatte bijv. de percelen OLV-0570 tot en met OLV-0582. In 1835 werd een nieuwe kadasternummering ingevoerd (een letter voor het zestendeel , voor het OLV zestendeel was dat letter C, en een volgnummer) die blijkbaar terugwerkend in de kadasterkaart van 1811 werd ingebracht). Onze Driehoek bevatte dan C-1033, C-1032, C-1031bis, C-1031 en C-1030 tem C-1026.

De huisnrs werden eveneens ingedeeld per zestendeel met dezelfde letter (bijv C) en binnen het zestendeel ingedeeld in sectoren met een nr. bijv 8, binnen de sector werden de huizen gewoon achtereenvolgend genummerd ongeacht de straat. Onze Driehoek bevatte bijv de huisnrs C8/1 tot en met C8/10. In de tijd van de Franse bezetting werden de nummers nog wel eens eens aangepast. De kaart van Popp uit 1565 duidt naast de kadasternrs ook de huisnrs aan

Gedurende de 17de en 18de eeuw wisselden heel wat eigenaars en gebruikers van die percelen OLV-0570 tem OLV- 0582. Het is niet de bedoeling om al die wijzigingen te analyseren. Om toch een idee te hebben van de evolutie die zal leiden naar de indeling van onze Driehoek in het begin van de 19de eeuw delen we die ruwweg in in 3 delen (zie kadasterkaart hieronder uit 1831).

deel 1: De stokerij:
Dit deel bevat de oude percelen OLV-0570, 0571, 0572 en 0573 met als huisnr C8/1 (percelen 0570 en 0571)en C8/2 (percelen 0572 en 573), samen het latere kadasternr C-1032

deel 2: het huis langs de Zonnekemeers enerzijds en de heester met erf anderzijds:
Het huis langs de Zonnekemeers bevat de oude percelen OLV-0574, 0575, samen het huisnr C8/3. C8/3 vormen samen met het erf en de heester langs de reie (zie de toenmalige definitie van heester in het idioticon van De Bo: een omsloten hof van fruitbomen met gemeenlijk daarin een huis) het latere perceel met kadasternr C-1033.

deel 3: de 7 huisjes langs de Zonnekemeers.
Dit deel omvat:
Het oude perceel OLV- 0576 met het huisnr C8/4 , het latere C-1031bis,
het oude perceel OLV-0577 met het huisnr C8/5, het latere kadasrenr C-1031 en
de percelen OLV- 0578 tem OLV-0582 met resp. de huisnrs C8/6 tem C8/10, de latere kadasternrs C-1030 tem C-1026.

Op basis van het Huizenonderzoek Brugge kunnen we een korte beschrijving van de evolutie van de delen van onze Driehoek geven tot het einde van de 18de eeuw.

deel 1: De Brandewijnstokerij.
In dit deel werden de oude percelen al kort na 1580 samengevoegd
Vanaf de periode 1692- 1698 was er een brandewijnstokerij, geleid door Jan Troch. In 1692 werd dit domein beschreven als een groot huis, met boei, grond en grote poort en met een klein huis aan de oostkant (OLV-0570?) en 2 kleine huisjes aan de westkant (OLV-0572 en OLV-0573).

In 1777 werd Frans Sporckman (ook Sporkman genoemd) eigenaar van dit deel 1 met de brandewijnstokerij en ook van de heester met het erf uit deel 2.

deel 2: De heester en erf en het huis langs de Zonnekemeers
De heester naast de reie werd gevoegd bij deel 1 , wanneer dit precies gebeurde is niet heel duidelijk. Het erf (in de akten ook omschreven als boomgaard) hoorde oorspronkelijk bij het huis OLV 0574 of OLV0575. De ruimte achter de huisjes van deel 3 was het voornoemde erf of de boomgaard. Het erf werd afgesplitst en afzonderlijk verkocht tot het ook door Frans Sporckman in 1777 werd gekocht.

Wat betreft het huis langs de Zonnekemeers was er in de 17de eeuw al sprake van 2 gedeelten en in de 18de eeuw werd het domein verdeeld in een westelijk huis (vermoedelijk OLV-0575) en een oostelijk huis (vermoedelijk OLV-0574).
- het erf (boomgaard) werd in 1708 afzonderlijk verkocht aan Andries de Waele, de toenmalige eigenaar van deel 1
- het oostelijk huis werd in 1784 verkocht aan Jan Baptiste Ligtvoet
- het westelijk deel werd in 1751 verkocht aan Pieter Janssens

deel 3 De renthuisjes of "cameren"
Dit deel omvatte de renthuisjes ook "stenen cameren" genoemd. Oorspronkelijk behoorden sommige percelen ook tot deel 2 maar werden nadien nogal versnipperd over verschillende eigenaars. In de periode 1784-1793 werd Jan Valckenaere eigenaar van het totale deel 3. Er zijn geen aanwijzingen dat de 7 huisjes aan de Zonnekemeers arbeidershuisjes waren in verband met de stokerij. Onder de huurders waren volgens de bevolkingsregister van die tijd "werkmannen" maar ook wevers en kantwerksters. Er wordt wel nog vermeld dat Frans Sporkman in 1780 nog 2 huisjes koopt vermoedelijk OLV-0574 en OLV-0575..

Gedurende de Franse bezetting vinden we weinig gegevens en moeten we ons behelpen met andere gegevensbronnen. We stellen vast dat Frans Sporkman en zijn schoonzoon Jan Van Strate op het einde van de 18de eeuw eigenaars zijn van de percelen van deel1 en deel 2 (C8/1, 2 en 3) met kadasrenrs C-1032 en C-1033. Tegen 1835 wordt de familie Van Strate ook eigenaar van het ganse deel 3, die dezelfde percelenindeling behield maar nu met kadasternnrs C-1026 t.e.m. C-1030 en C-1031 en 1031bis. In de loop van de 19de eeuw breidde de familie Van Strate haar eigendommen voortdurend. De familie behoorde tot de klasse van de begoede burgerij. Toch gaat de familie en de stokerij in de loop van tweede helft van de 19de eeuw uiteindelijk compleet ten gronde. Wat is er gebeurd?

Op de kaart hieronder zijn de plaatsen aangeduid waar de familie Van Strate betrokken was.

 

 


Het is dus zeker de moeite waard om met de familie Sporkman en Van Strate nader te kennis te maken.

Zie op de menu onder de rubriek "Wevershof, de familie Sporkman en Van Strate" of klik hier om onmiddellijk op de webpagina te komen. Die familiegeschiedenis werd onderzocht en opgesteld door de heer Dirk Vanlierde uit Lede. We brengen op die webpagina een uittreksel ervan. In onze rubriek over het Wevershof hieronder verwerken we ook bevindingen van de heer Van Lierde's opzoekingen.

 
2. Frans Sporkman en Jan Van Strate: jenoverstokers 1777- 1799

Frans Sporkman is in Schiedam (Nederland), geboren vóór 1720.

Hij is "stooker" van beroep en zag wellicht de kans schoon om in 1777 de stokerij en het huis C8/1 in de Zonnekemeers op te kopen. Volgens het bevolkingsregister uit 1798 woonden bij hem in de "rue du soleil nr7" (franse nummering voor C8/1) ) ook "Sieur Verstraete et uxor" (d.w.z. heer Verstraete en zijn vrouw Jacqueline Vander Polder). Verstraete is duidelijk een verschrijving voor Van Strate, die in hetzelfde blad op een lijn verder inderdaad als Jan Van Strate (destillateur de genever) ingeschreven werd. Verder is op hetzelfde blad in 1805 zijn vrouw Marguerite Sporkman als 'veuve Jean van Straeten' (eigenlijk Jan Van Strate), destillateur de genever ingeschreven.
(de schrijfwijzen die we tegenkomen voor de familie Van Strate zijn Van Straete, Van Strate, Van Straeten, Van Straten en enkele keren Verstraete, vooral in de Franse tijd).
Frans Sporkman stierf in 1794, waarna Jan Van Strate de stokerij voortzet. Zijn vrouw Jacqueline Vander Polder stierf eveneens in 1794.

Jan Van Strate werd ook in Schiedam rond 1729 geboren, zijn beroep word omschreven als destillateur van genever. We mogen hem zeker niet verwarren met Jules Verstraete, die in 1860 een destilleerderij oprichtte aan de Komvest (die later de Gistfabriek werd). Tegen die tijd was de rol van de familie Van Strate als stokers al uitgespeeld.
.Jan Van Strate Jan Van Strate is in 1799 gestorven.

Marguerite Sporkman is de dochter van Frans en ook in Schiedam in 1743 geboren.
Volgens de legger van de grondbelasting 1799 was de weduwe van Jan Van Strate (dus Margriette Sporkman) eigenares van de huizen C8/1, C8/2 en C8/3.
Marguerite Sporkman is in 1808 gestorven.

 

3. Willem Van Strate , stoker, eigenaar en vrederechter. (1799- 1832)

Willem Van Strate, de zoon van Jan Van Strate, volgde vermoedelijk in 1799 zijn vader op in de stokerij. Willem Van Strate is geboren in 1766, ook in Schiedam. In de bevolkingsregister van de stad in die tijd wordt zijn beroep ook omschreven als "stooker". Willem trouwde met Anna Bouvy (° Brugge 1777) in 1798 en zij woonden op nr C8/1 "zijnde de consigne van Sieur Verstraete(sic) welke deel uitmaakt van de woonst van de weduwe (Jan) Van Straete" (Marguerite Sporkman).

Willem en Anna Bouvy zijn getrouwd met een huwelijkscontract waar ondermeer bedongen werd :

(5° Dat de langstlevende de faculteit (het recht)zal hebben om, ingevolge prijzie (= prezie= schatting, waardering cfr Idioticon De Bo), over te nemen alle de meubels en de koopmans waren, benevens het huis en fabriek door de echtgenoten bewoond.)

In de de belastingsregister op vensters en deuren van 1800 is Willem Verstraete (stoker van jenever) (verschrijving voor van Strate) ingeschreven als eigenaar van C8/1, 2 en 3, terwijl de buur Ligtvoet ingeschreven is als rentenier en eigenaar van C8/4 tot en met C8/10 (zie hoger deel 3). Willem moet dan de C8/1,2 en 3 geërfd hebben van zijn vader Jan Van Strate (we vinden daarvn geen akte terug).

Iin 1800 was Willem plaatsvervangend vrederechter te Brugge. Hij bleef volgens de almanachen der stad Brugge stoker in de Zonnekemeers C8-1 tot 1828.

Op 18de Germinal van het jaar 10 (= maart 1802) werd aan "Sr. Van Straeten"(dit is Willem Van Strate) een vergunning verleend voor het verbouwen van het huis in de Zonnekemeers C8/1- (in de franse tijd liep de Zonnekemeers tot aan de Walplaats, zodat als huisnr toen nr 7 werd gebruikt). C8/1 was in die tijd inderdaad het zevende huis gerekend vanaf de Walplaats. (zie kadasterkaart 1811)

(merk op dat er in de nieuwe straatgevel geen deur steekt)

 

Dit is het plan van de oude toestand vóór 1802 (het gelijkvloers wordt niet weergegeven)

 

detail van de linker bovenhoek van de vergunning.

competerende= toebehorende

Germinal (kiemmaand) van de revolutionaire kalender komt (ongeveer) overeen met de maand maart en
het jaar 10 (sinds 1792) met 1802.

 

We stellen vast dat op de kadasterkaart van 1811 op het terrein van de stokerij achteraan een L-vormige atelier of magazijn aangeduid wordt, waarvan het ene been langs de buitenbegijnhofgracht ligt en het andere in het verlengde van de westgrens van het huis C8/3. We vinden daarvan geen bouwvergunning of enige andere vermelding. Vermoedelijk is de stokerij ook uitgebreid naar verdeling van dranken, waarvoor een atelier en magazijnen nodig waren. Die magazijnen bepaalden mede het latere Wevershof.

Het patentregister van 1819 vermeldt Guillaume Vansteraete (sic) (=Willem Van Strate) als stoker en verdeler van drank. Het patentregister van 1827 vermeldt nog Willem Van Straeten als stoker in het huis C8/1. (Een patentregister werd op het einde van de 18de eeuw ingevoerd voor zelfstandigen).

 

Zicht op de stokerij langs de Reie gezien vanuit de Wijngaardplaats naar een anoniem schilderij van rond 1820.
(we zien achter de ateliers een huis langs de Zonnekemeers aan de Walbrug met 2 puntgevels,. Dit lijkt in tegenspraak met de voorgaande bouwvergunning maar is in overeenstemming met latere zichten einde 19de eeuw (cfr webpagina gebroeders Claeys). Er is echter geen bouwvergunning naar 2 puntgevels gevonden.

 

Willem werd in 1828 benoemd tot vrederechter in Gistel. Hij ging er ook wonen in de Hoogstraat met zijn vrouw en dochter Anne. Anne Van Strate trouwde in 1832 met de gemeentesecretaris van Gistel Joannes Baptista Bulcke. Zijn zoon Louis Van Strate zette het stokersbedrijf in 1829 voort volgens de Almanach der stad Brugge.

De oude kadasterkaarten uit 1831 (hieronder) en 1835 tonen geen wijzigingen in de situatie van het totale domein ten opzichte van 1811.
In het deel 1 blijft het hoekhuis kant Zonnekemeers/Reie het kadasternr C-1032 behouden. .
Deel 2 bevat het tweede pand langs de Zonnekemeers gezien vanaf de Reie, het pand aan de Reie achter het hoekhuis, het atelier achteraan(langs de buitengracht van het Begijnhof), het magazijn (aan de westgrens) en het erf. Ze vallen allen onder het kadaster nr C-1033. Zowel in de kadasterkaart van 1831 als die van 1835 komt het Wevershof nog niet voor.
In deel 3 behouden alle 7 werkmanshuisjes aan de Zonnekemeers hun indeling en hun kadasternummer

 
   

Willem overleed in 1832. Zijn vrouw Anne Bouvy keerde toen terug van Gistel naar de Zonnekemeers C8-1. Haar dochter Anne (ook Annette genoemd) bleef in Gistel wonen.

 
4. Louis Van Strate, stoker, brouwer, eigenaar, beenhouwer, emigrant (1832-1859)

Zijn zoon Louis Van Strate , geboren in Brugge in 1806, zette na de dood van Willem in 1832 de stokerij verder voort. Louis Van Strate werd verder als stoker vermeld in de Almanach der stad Brugge in 1832 en volgende jaren. In 1834 trouwde hij met Marie GoethalsKlemskerke 1811).

Volgens de hierboven aangehaalde clausule in het huwelijkscontract had Anne Bouvy, de vrouw van Willem, het recht om de brouwerij, het huis en toebehoorten over te nemen in gevolge prezie. Blijkbaar heeft Anne Bouvy een akkoord gemaakt met haar zoon Louis dat hij het huis, de stokerij en toebehoorten zou overnemen. Over dat akkoord hebben we geen document, er is ook nergens een indicatie dat Louis voor die overname een compensatie heeft verschaft.

In tegendeel er is wel een schuldakte uit 1848 waarin Louis verklaarde dat hij "in verscheidene standen goede en gangbare geldspeciën" ontvangen had en daarvoor een schuld erkende aan Anna Bouvy van 18.000 Frank. Die schuld werd aangevuld met een schuld van 1525 Frank in een bijkomende akte eveneens in 1848. In de 18.000 Frank zijn ook begrepen de geldspeciën verkregen door de verkoop na 1832 van de zeven huisjes langs de Zonnekemeers, zoals vermeld in de verdelingsakte in 1852 na de dood van Anna Bouvy. Mogelijks had Louis dit geld nodig voor het bouwen van het Wevershof . De schuldakte vermeldde alleen "in verscheidene standen" maar vermeldde geen datum noch reden van de leningen.

Er zijn wel enkele eigenaardigheden op te merken in de schuldakte van 1848: Louis was de enige aanwezige van de familie, terwijl Anna Bouvy vertegenwoordigd was door Jan Bulcke de stadssecretaris van Gistel. Louis zou dan volgens de akte wonen in Oostkamp, terwijl hij dan volgens de bevolkingsregister van Brugge in de Zonnekemeers C9/36 woonde, terwijl Anna Bouvy in Staden dan woonde bij haar zoon Edmond.

De kinderen van Willem en Anne waren ook overeen gekomen dat alle eigendommen van Willem en van de gemeenschap overgingen naar Anne Bouvy, zoals blijkt uit de verdelingsakte van 1852.


Volgens de kadastrale leggers van 1835 bezat Louis C-1032 en C-1033 en Anne Bouvy de rest van de eigendommen. (dat is het jaar waarin men begon met de registratie van de kadasters. Dit betekent dat alleen de toestand van de eigendommen per 1835 zijn weergegeven, de wijzigingen voordien zijn niet geregistreerd in de kadastrale leggers).

In de eigendommen van Anne Bouvy vermelden we o.a. de site van het werkmansfort "Verstraete" in de oostmeers, het pand C9-36 aan de overkant van de Zonnekemeers (het huidige Koetshuis) en de 7 huisjes aan de Zonnekemeers ( C-1031bis, C-1031 tot en met C-1026). Blijkbaar was ook afgesproken dat die 7 huisjes na de dood van Willem verkocht werden en dat Louis de koopsom zou verkrijgen. In de verdelingsakte van 1852 blijkt dat de schuld van Louis aan de gemeenschap (verkoopsom van de 7 huisjes: 7930F) vervat zit in de 18000 F.

In de eigendommen was ook een grote "vette weide" vermeld in Klemskerke nabij de hoeve van de familie Goethals. Een stokerij had behoefte aan weidegronden voor het verwerken van het vruchtbare afval. Is het mogelijk dat bij het gebruiken van die weide Louis zijn toekomstige bruid heeft leren kennen.

Anne Bouvy verhuisde naar Roesbrugge in 1934 samen met haar zoon Edmondus. beiden spelen ook een rol in het werkmansbeluik "Verstraete" in de Oostmeers (dit beluik "Verstraete" is echter genoemd naar de famile Verstraete die ernaast een kaarsenfabriek bezat).
Om meer te weten over het beluik "Verstaete zie in de menu van de webpagina de rubriek "Oostmeers, het werkmansfort Verstraete tot 1886" of klik hier om onmiddellijk op die webpagina te komen.

Edmondus wordt in 1835 onderpastoor in Roesbrugge .Anne Bouvy stierf in 1852 in het klooster der benedictinessen in Menen die er een psychiatrische centrum hadden . Wellicht leed Anne Bouvy aan dementie en woonde toen in Menen.

Louis Van Strate liet het Wevershof bouwen rond 1833-1834

Er is geen bouwvergunning voor dit fort te vinden. Het is waarschijnlijk zo dat voor constructies die niet palen aan de straat er geen vergunning moest aangevraagd worden. Daarmee moeten we ons behelpen met indirect gegevens.

Willem Van Strate kon het Wevershof niet gebouwd hebben want het Wevershof is nog niet getekend op de kadasterkaarten van 1811,1831 en 1835. Willem stierf in 1832. Het Wevershof wordt ook niet vermeld in de verdelingsakte van de eigendommen van Willem en Anne over de vier kinderen in 1852 (akte notaris Heyvaert Gistel in 1852). Het werkmansfort "Verstraete" in de Oostmeers bijvoorbeeld wel.

Ook Anna Bouvy kon het Wevershof niet gebouwd hebben .
Anne Bouvy werd in 1835, bij de aanleg van de kadastrale leggers, en later nooit vermeld als eigenares van C-1032 (C8/1)en C-1033(C8/2 en 3), maar wel van het werkmansfort "Verstraete" in de Oostmeers.

Uit dezelfde Kadastrale legger 1835 blijkt dat Anne Bouvy wel eigenares te zijn van de werkmanshuisjes langs de Zonnekemeers C-1026 t.e.m. C-1030, C-1031 en C-1031bis, waarschijnlijk door aankoop van Jan Baptiste Ligtvoet. Die 7 huisjes behoren niet tot het Wevershof.

In 1835 bij de aanleg van de kadastrale legger van Louis Van Strate werd hij vermeld als eigenaar van C-1032 (huis)en C-1033 (branderij, plaats en hof). Dit betekent dat hij al voor 1835 eigenaar geworden was. Hierboven is al vermeld dat Anna Bouvy afgezien heeft haar recht om huis en stokerij over te nemen en is het eigendom in onderlinge afspraak overgegaan naar Louis. Dat was ook logisch want hij was de stoker van de familie. Die eigendomsoverdracht moet ergens rond 1833 hebben plaatsgevonden, want in 1834 is Anna Bouvy uitgechreven als bewoonster in de Zonnekemeers. Zij gaat dan inwonen bij haar zoon Edmond Van Strate in Roesbrugge. Louis Van Strate huwt in 1834 met Marie Goethals (en Anna Bouvy moest plaats ruimen?)

De reden waarom Louis overging tot de bouw van de werkmanshuisjes is hoogstwaarschijnlijk dat de accijnsen op jenever enorm stegen in die periode. Vele kleinere stokerijen zagen het niet meer zitten en stopten hun productie, ook Louis van Strate had plannen om te stoppen (zie verder de annonce uit begin 1938 waarin hij ex-destillateur werd genoemd).

De bouw van het Wevershof is zeker al in 1833-1834 begonnen , want de bevolkingsregisters van de stad Brugge registreerden al een eerste bewoningen in 1835, de verdere eerste bewoningen hebben plaats tussen 1835 en 1837 in al de huisjes C8-3, °2 tot °34. Ook bij de geboorteaangiftes werden al data vermeld vanaf 1836 maar daar zijn de huisnrs niet altijd in detail vermeld en vergenoegde men zich met de vermelding C8-3.
Het begin van de bouw komt overeen met de eigendomsoverdracht. De bouw kan in verschillende fases gebeurd zijn tussen 1833-1836.

In de bevolkingsregister wordt Louis vermeld als brander (= brandewijnstoker). In het patentregister van 1835 wordt Louis vermeldt als stoker en verdeler van drank en zelfs als bierbrouwer. In 1835 krijgen ze een zoon Medardus en in 1837 een dochter Nathalie. In 1837 woonde hij dus nog in het huis C8-1.

Louis Van Strate verlaat de Zonnekemeers in 1837

Louis en zijn vrouw verhuizen, volgens het bevolkingsregister, in 1837 naar Gent, hij blijft echter eigenaar van het domein in de Zonnekemeers.

Het eigenaardige is dat als zijn zoontje Louis geboren wordt in 1838, er nog steeds in de geboorte-akte vemeld werd dat de vader Louis woonde in C8-1, zoontje Louis stierf nog in hetzelfde jaar .

Joseph Goethals (broer van Maria Goethals, °Klemskerke 1813) ook brouwer kwam in 1837 in het huis C8/1 wonen. Hij overlijdt echter al in 1838. Hij kan dus niet degene zijn die de stokerij voortzette na de verhuis van Louis in 1837: wie dan wel??

In 1837 en 1838 werd Louis vermeld als brouwer, daarna weer als stoker

Als zoon Charles geboren werd in 1839 werd Louis nog steeds vermeld in C8-1, terwijl bij de geboorte van zijn dochter Elisa in 1842 de geboorte-akte nu vermeldde dat hij dan in Oostkamp woonde en stoker was.

Daaruit kan verondersteld worden dat Louis in 1837 eerst naar Gent verhuisde , dan regelmatig terugkwam naar de stokerij in de Zonnekemeers, zonder daar geregistreerd te zijn om dan, zeker vóór 1842, zich te vestigen in Oostkamp, maar waarschijnlijk al rond 1838- 1839.

Wat zette Louis er toe aan om Brugge te verlaten.

Een mogelijke reden is de cholera epidemie die in Brugge heerste: meerdere families verlieten Brugge in die tijd.
Een ander reden kon de verdere verhoging zijn der accijnsen van 20 naar 40 centiemen per hl kuipinhoud in 1837, die ook weer meerdere stokerijen trof. De landbouwbedrijven protesteerden heftig en 1842 kregen die een reductie van 15%.

Maar een andere dwingende reden kan de volgende annonce zijn in de krant de gazette van Brugge van 3 februari 1838 in verband met de in beslagname van de stokerij en het Wevershof . (zie hieronder). Die annonce leert ons een aantal dingen:

1. Louis Van Strate zat in 1837 in financiele problemen en kon zijn schulden niet betalen.
2. De krant heeft het over een stokerij en brouwerij C8-1
3. Louis woonde op dat moment in Gent en wordt een ex-stoker genoemd
4. In het huis naast de stokerij (C8-2) was verhuurd aan een cabaret "Quatre As"
5. De krant heeft het dan over 45 huisjes ( terwijl het Wevershof er maar 34 huisjes telde, blijkbaar tellen ze er de huisjes langs de Zonnekemeers erbij, die echter niet het eigendom zijn van Louis Van Strate.

Louis wilde wellicht zich de schande besparen om in zijn omgeving als wanbetaler getiteld te worden.

Hoe kwam Louis van Strate in een situatie van wanbetaling?

Er kan verondersteld worden dat de inkomsten uit de stokerij opdroogden en dat langs de andere kant de bouw van 34 werkmanshuisjes zijn financiëel vermogen te boven is gegaan. We schatten dat ruwweg op minstens 20.000 F (of in huidige waarde een 800.000€) (zie schatting en benaderde berekening hieronder)

Om een zeer benaderend idee te hebben van de grootte orde van de investering in de huidige munt kunnen we een zeer ruwe schatting maken. Uit de verdeling weten we dat de 7 huisjes langs de Zonnekemeers 7930 F hebben gekost of ongeveer 1133 F per huisje. Uit de tabellen kan afgeleid worden dat het uurloon van een metser in 1855 17 centiemen was en in 2008: 270 F, dit geeft een factor van ongeveer 1600 tussen die tijd en onze tijd. Een huisje aan de Zonnekemeers zou dan 1.8 miljoen F of 45.000 € aan huidige prijsniveau. Natuurlijk waren die huisjes niet van het zelfde comfort en afwerking als de huidige sociale woningen, maar we mogen niet vergeten dat de werkmanshuisjes van het Wevershof een verdieping hadden wat vele andere huisjes van andere forten in die tijd niet hadden. (zie foto's hieronder uit het begin van de 20ste eeuw)

Wevershof in 1907

Fort gerbo in de Brandstraat

Enerzijds zat in de prijs van 1133 F (nu 45000 €) ook de prijs van de grond , anderzijds waren het huisjes van een zekere leeftijd. Laten we aannemendat Louis de huisjes kon laten bouwen voor 600F per huisje (nu ongeveer 24.000€)dan nog had Louis een kapitaal nodig van 600 * 34= 20.400F (nu ongeveer 800.000€)

Louis Van Strate in Gent (1837- rond 1838) en in Oostkamp ( rond 1838 - 1846)

We hebben over die periode zeer weinig informatie: In de Almanach der stad Brugge 1837-1838 werdhij vermeld als brouwer, in 1839 als stoker in C8/1 en in 1842 weer als stoker maar nu in Oostkamp . Was de stokerij in de Zonnekemeers gestopt na zijn vertrek naar Gent in 1837?. Volgens de bevolkingsregisters woonde er na 1838 niemand meer of ontbreken de gegevens. Ook gegevens over wat Louis deed in Gent of Oostkamp ontbreken tot nog toe de gegevens. Uit de geboorte aktes van zijn kinderen (zie hoger) blijkt dat hij toch af en toe komt opdagen in C8-1 en wonen er nog enkele familileden (Joseph Goethals en Marguerite Van Strate met haar man François Dordu tot 1838.

Tijdens een proces in 1846 in verband met octrooien werd een verzoek van Louis voor vrijstelling van boete in de gemeenteraadverworpen . Daarin werd Louis een ex-destillateur genoemd.

We weten niet wanneer de stokerij in de Zonnekemeers stopte. Stelde Louis een meesterknecht aan voor de stokerij na 1837? Werkte hij in Oostkamp in de brouwerij en stokerij van de schoonfamilie Goethals ? Werd de bedrijvigheid in de C8/1 herleid tot alleen de verdeling van dranken? Het is aannemelijk om te stellen dat de stokerij in de Zonnekemeers rond 1838 stopte.

In de verdelingsakte uit 1861 van het nalatenschap van Willem Van Strate Junior (zie uittreksel hieronder) staat dat er een partij "huizingen" , voortijds een brouwerij en stokerij, thans uitmakende 26 huisjes te Oostkamp, wijk Leegendale, kadasterplan F nr13,14,1516,17 en 18. (zie hieronder)

Die partij werd toegewezen aan Edmond van Strate, zijn broer, die al de helft van die partij bezat. Zij kochten in 1846 elk voor de helft dit domein toen omschreven als "bier-brouwerie en genieverstookerie". Zij kochten dit van Jacobus Goethals-Lems. Dit waren de ouders van Maria Goethals, de vrouw van Louis Van Strate. Jacobus Goethals mocht dit domein, toen nog brouwerij en stokerij gebruiken tot 1 mei 1846. Jacobus was boer in Klemskerke en daar lag een terrein dat toebehoorde aan de familie Van Strate. Jacobus was tot 1830 burgemeester van Klemskerke, maar viel in ongenade na het einde van de Hollandse periode. In 1839 had Jacobus zijn hoevemateriaal en vee verkocht. Het is aannemelijk dat hij met de opbrengst het domein in Oostkamp kocht toen de vorige eigenaar Willem Vanden Boogaerde-de-Merlebeke in 1839 stierf. De reden voor die aankoop wordt duidelijk in het licht dat de stokerij in de Zonnekemeers rond 1839 ophield te bestaan. Louis en Anna Bouvy gaan dan inwonen bij de schoonouders. Het is logisch dat Louis de stokerij en brouwerij verder zet daar hij de enige is die de stiel kent. De ouders van Maria Goethals stierven in 1853 en 1854.

 

Waarom werd de stokerij in Oostkamp in 1846 verkocht aan Edmond en Willem van Strate, de broers van Louis. We kunnen alleen maar gissen, maar de mogelijkheid bestaat dat de opbrensten de stokerij en brouwerij tegenvielen. Alhoewel de landbouwstokerijen sedert de wet van 1842 een reductie op de accijnsen kregen was dit wellicht niet voldoende om de kleinere stokerijen rendabel te houden. De tendens was naar grotere industriële stokerijen. Waarschijnlijk op aanraden van Louis werd dan maar besloten de stokerij activiteiten te stoppen en over te gaan tot rentenieren met de rente op werkmanshuisjes. Door de slechte oogsten rond de jaren 1845 was er een toeloop uit het platte land naar de stad en dorpskernen en dus nood aan betaalbare huisjes.

Een mogelijk scenario :
De familie Van Strate had al ervaring met werkmansbeluiken. Louis kon het zich niet permitteren financieel tussen te komen, dus deden de boers Edmond en Willem dat. Zij kochten de stokerij op, sloopten de gebouwen en bouwden dan het beluik met de 24 huisjes. Voor Louis was er dan geen plaats meer en hij verhuisde dus met zijn familie terug naar Brugge in de Zonnekemeers naar het huis C9/36 (het latere koetshuis) dat eigendom was van zijn moeder Anna Bouvy.

Vader en moeder Goethals , en waarschijnlijk ook zoon Hendrik, verhuizen terug naar Klemskerke waar de moeder van Marie Christine overlijdt in 1853. Op 1 mei 1854 overlijdt Jacobus Goethals in Zevekote bij moeder Justine Maes. Justine Maes was een kloosterzuster die in 1826 van uit het klooster van Terbunderen naar Zevekote werd gestuurd om er een gasthuis op te richten, daar kwam ook een armenschool en een bejaardenhuis bij.

Wat gebeurde er ondertussen in de Zonnekemeers?

Blijkbaar heeft Louis zijn schulden kunnen betalen en aldus een gedwongen verkoop van de stokerij en het Wevershof (C8/1,2 en 3) kunnen vermijden , want hij wordt nog altijd als eigenaar geregistreerd.
Louis haalde wel opbrengsten uit de verhuur van zijn huizen.

Uit het patentregister weten we dat ene Simon Charles een winkel uitbaatte in 1842 in het hoekhuis aan de reie (C8/1) (als pachter?). De bevolkingsregisters ontbreken echter voor de registratie van de bewoning op C8/1 na 1838. Dus zijn we aangewezen op indirecte bronnen.

Hoogstwaarschijnlijk was C8/1 voornamelijk een verdeIingsbedrijf huis van dranken geworden met vooraan een winkel.
Het gezin Van de Putte komt rond 1845 wonen in C8/1, waar Sophie Van de Putte een winkel uitbaatte. Dit gezin zal een grote invloed hebben op het verder verloop van de geschiedenis het Wevershof.

Het huis C8/2 werd verhuurd aan een herbergier De Boodt tot 1836 en daarna aan de herbergier Antoine Sarron, die er een cabaret inrichtte genaamd "Quattre As".

In 1842 woonde in het huis C8/2 Syx Pierre, kramer en hersteller van uurwerken,
In 1845 komt in C8/2 een schoenmaker Carolus Mortier wonen. Hij komt uit het huis C8/1.
terwijl in 1850 Boutens Livinus er winkelier en broodverkoper was.

later wordt C8/2 verhuurd aan een grote verscheidenheid van mensen, voornamelijk werkmensen.

We konden ook vaststellen dat Louis Van Strate nog in 1843 een vergunning voor een verbouwing krijgt voor het pand C8-3. Hierdoor werd het huis C8-3 in drie huisjes gesplitst.

 

Detail van het voorgaand plan rechts boven: proprietaris: L. Vanstrate.

 

Louis Van Strate komt terug in Brugge wonen in 1846 in het huis C9/36 en neemt voorbereidingen voor een andere bestemming op het domein C8/1

Volgens de bevolkingsregister van de stad Brugge woonde Louis in 1846 weer in de Zonnekemeers maar nu in C9-36, wat nu het Koetshuis is . Toen was het huis C9-36 eigendom van Anne Bouvy, zijn moeder. Zijn zonen Louis Jean (°1846) en Alphonse(°1848) werden geboren in Brugge in de C9-36.

Volgens de verdelingsakte van het nalatenschap van Willem Van Strate en Anna Bouvy in 1852 was er een bakkerij gevestigd. In de 18de eeuw was er een blauwververij gevestigd. Toen Willem Van Strate het domein kocht in 1812 was er van blauwververij of bakkerij geen sprake in de verkoopakte. Mogelijks was de bakkerij in de loop van het verblijf van Louis in C9/36 daar gekomen. Van 1849 tot 1862 woonde er in de C9/36 ook een bakkersknecht.

De nieuwe bestemming van de teloorgegane stokerij is een aardappelmeelfabriek.

In de gemeenteraad van september 1848 werd een aanvraag ingediend door de heer Perneel voor vrijstelling van de verhoging van het octrooi op steenkool. Perneel deed de aanvraag in naam van de juffrouwen Schipmans en de compagnie Van Bunnen voor de aardappelmeel- en siroopfabriek .

In december 1849 was er een proces-verbaal opgesteld tot verkoop van de eigendommen van Louis Van Strate wegens niet betalen van schulden aan Jacques Eggermont, notaris te Gent.
In februari 1850 werden in de Journal de Bruges drie loten voor gedwongen verkoop aangeboden.
Het eerste lot is een aardappelmeelfabriek. De annonce leert ons dat de aardappelmeelfabriek al in 1849 werkzaam was en dat Louis Van Strate, vermeld als actueel brouwer (ten onrechte?), daar eigenaar van was . Het huis C8/1 werd op dat moment bezet door een echtpaar Schipman en door Van Bunnen. Het tweede lot was C8/2 en het derde lot waren de 34 huisjes.

De Van Bunnen die vermeld werd was Clémence Van Bunnen. Ze werd in 1824 geboren in Gent. Het is niet bekend wanneer Clémence naar Brugge kwam, mogelijks in 1848.
Haar vader Felix Van Bunnen was in Gent bakker tot 1839, van 1840 tot 1848 was hij er chocolade maker. Clémence, die blijkbaar samenwerkte met haar vader, werd ook niet meer vermeld als chocolatier in Gent.

Clémence kwam in 1848 naar Brugge. In 1850 kreeg Clémence Van Bunnen een patent voor een zetmeel en siroopfabriek in op het domein C8/1 . In de bevolkingsregister werd ze ingeschreven als fabricante. Felix Van Bunnen overleed in 1852 in Brugge in het huis C8/1. Mogelijks was hij mee komen wonen in 1848 bij zijn dochter Cléménce en baatte hij de bakkerij uit in de C9/36. Volgens de krant La Patrie van 1851 was Clémence Van Bunnen een van de deelneemsters van de "Exposition universelles de Londres" in verband met fécules de pommes de terre.

In 1855 verhuisden de 4 nog levende broers en zussen Van Bunnen naar de Lievestraat in Gent, ze kwamen toen allen uit Brugge.

Clémence trouwde in 1855 met Charles Vanderhofstadt in Gent. Ze werden beide gemeld als zonder bedrijf. Clémence woonde toen in de Lievestraat in Gent. Dit betekende dat Clémence mogelijks de aardappelfabriek eind 1854, begin 1855 verlaten heeft . Vanaf april 1855 werd de fabriek en de gebouwen te huur en te koop aangeboden (zie verder).

Het paar ging na hun huwelijk in Brugge wonen in het ouderlijk huis in de Wollestraat C20/34. Charles Vanderhofstadt kwam uit een zeer begoede familie. In 1856 kregen zij een zoon Ferdinand, zij was dan rentenierster.

In de Journal de Bruges van 10 december 1857 werd gemeld dat er 's nachts een brand is uitgebroken in de fabriek van aardappelmeelfabriek op de Coupure B13/55. De Gazette van Brugge vermeldde nog dat de fabriek pas de vorige zomer werd voltooid. Gelukkig bleek er een goede verzekering te zijn. Daaruit kunnen we besluiten dat Clémence rond 1856-1857 zelf een aardappelmeel fabriek was opgestart op een eigendom van haar man.

Er werd in 1858 een tweede zoon geboren Charles toen woonde het echtpaar in de Coupure B13/55, zij was toen eveneens rentenierster, maar eind 1858 overleed haar man Charles.

In 1866 vraagt Clémence een vergunning voor een stoommachine voor een zetmeelfabriek en graanmaalderij. Dit betekent dat de zetmeelfabriek op de Coupure B13/55 opnieuw werd ingericht. Het kon moeilijk gaan over de Zonnekemeers omdat de fabriek C8/1 toen al in het bezit was van Jan Deschrijver (zie verder).

In 1870 werd alles in de Coupure B13/55 gedwongen verkocht .

De familie Schipman werd vermeld in de aanvraag in de gemeente raad van 1848 voor vermindering op de octrooi voor kolen die gebruitk werden in de aardappelmeelfabriek. (zie hier boven). Josephus Schipman en Eugenie Schipman vestigden zich in 1848 in Brugge eerst in de Katelijnestraat . Zuster en Broer
waren toen 20 en 18 jaar oud en kwamen uit Gent. Vader Schipman was schipmakelaar en vermogend . Blijkbaar verhuisden de Schipmans naar de Zonnekemeers C8/1 wanneer Clemence Van Bunnen daar toekwam.
De boven aangehaalde gemeenteraad sprak echter van de juffrouwen Shipman ?
Gezien het om een vermogende familie gaat vermoeden we dat de Schipmans de aardappelmeelfabriek hielpen financieren. Het kan zijn dat de familie Van Bunnen en Schipman elkaar kenden vanuit Gent, want ze woonden niet ver van elkaar.

Maar er was nog een andere familie betrokken bij de aardappelmeelfabriek.
In de almanach du commerce en de l'industrie van 1851 en 1854 werd op C8/1 een bedrijf "amidonniers et feculistes Vandeputte" vermeld, in de Zonnekemeers C8/1. In 1857 werd dit bedrijf niet meer vernoemd.
(amidon is zetmeel= amylon, fecules zijn de korrels van de zetmeel. Zetmeel wordt onder andere o.a. gewonnen uit aardappelen en wordt dan aardappelmeel genoemd.)
In 1854 moet de aardappelmeelfabriek nog actief zijn want er werd in de Journal de Bruges in de fabriek een arbeidsongeval met de stoommachine gemeld.

Sophie Vandeputte, geboren in Maldegem in 1826, was in 1846 komen inwonen in de C9/36, zij was winkelierster en kwam van de C8/1. Haar vader Joannes Vandeputte was brouwer en koopman in Maldegem en zijn vrouw was Perneel, doctor in de rechten. Zij was de zus van Joannes Perneel. Joannes was een advocaat die een zeer succesvolle carrière uitbouwde. Het was een begoede familie die de benodigde kapitaal voor een aardappelmeelfabriek kon leveren.

Amélia Vandeputte, geboren in Maldegem in 1824, was in 1848 komen wonen in de Suveestraat in Brugge. Zij wordt in de bevolkingsregister fabrikante genoemd. Zij werd in de Almanach vermeld als "amidonnier et feculiste". Samen met haar komen haar broer Jan Vandeputte,schilder en Joannes Perneel, advocaat in 1848 bij haar inwonen , ze komen dan alle drie van het huis C8/1 . Ook Sophie verhuisde in 1848 van de C9/36 naar de Suvéestraat .
We weten niet wanneer ze allen in de C8/1 toegekomen zijn.

We kunnen aannemen dat Amelia Vandeputte de aardappelmeelfabriek heeft opgericht, met hulp van haar familie Vandeputte en de familie Van Bunnen met Joannes Perneel als advocaat en Louis van Strate als eigenaar. De oprichting heeft waarschijnlijk plaats gevonden tussen 1846 en 1848. Clémence Van Bunnen heeft samen met haar vader Felix Van Bunnen waarschijnlijk met de ervaring van de bakkerswereld een practische inbreng gehad. Maar Amelia stierf in 1852. Waarschijnlijk neemt Clémence Van Bunnen de leiding van de fabriek, want zij nam al in 1850 een patent op voor de aardappelmeel- en siroopfabriek en woonde in de C8/1 (zie hierboven). Ook vader Van Bunnen stierf in 1852.

Sophie Vandeputte werd in 1856 vermeld als fabrikante van chicorei. Dus ook zij zette de aardappelmeelfabriek in de Zonnekemeers niet verder.

Het ziet er dus naaruit dat de Sophie Vandeputte en Clémence Van Bunnen de aardappelmeelfabriek na de dood van Amélie hebben voortgezet , terwijl Louis al in Brussel woonde (zie verder) en terwijl een onteigening van de fabriek dreigde. Dit was zeker geen situatie die het enthousiasme voor een verdere investering bevorderde noch voor de bedrijfleidsters van de fabriek noch voor mogelijke overnemers. Ook financiëel zal het bedrijf geen succes geweest zijn. Het is ook een periode waarin de Brugse economie door een zeer diep dal ging ook met alle gevolgen voor de sociale toestand.

Alle gegevens wijzen erop dat de aardappelmeelfabriek eind 1854- begin 1855 stopte. Zoals boven vermeld, stopte ook de vermelding van het bedrijf Vandeputte in de almanach du commerce.

Ter gelegenheid van de oprichting van de aardappelmeelfabriek en de patentaanvraag door Clémence in 1850 werd ook de kadastrale legger van Louis Van Strate aangepast en werd het Wevershof geregistreerd.

de verkaveling van het perceel C-1033: de renovatie van de bestaande panden en de constructie van 33 werkmanshuisjes.

In eerste instantie werd de perceelgrens tussen C-1032 en C-1033 gewijzigd: C-1032 werd gedefinieerd als" huis" en C-1033 vooralsnog als "branderij, plaats en hof".

In tweede instantie werd het perceel C-1033 ingedeeld volgens de nieuwe verkaveling gaande van C-1033a tem C-1033m2 als volgt:

C-1032a: huis Zonnekemeers op de hoek (C8/1)
C-1033a: de fabriek (de branderij, die in 1850 als de aardappelmeel- en siroopfabriek werd geregistreerd)
C-1033b: de huizen langs de Zonnekemeers (C8/2 enC8/3)

C-1033c tem C-1033z, C-1033a2 tem C-1033l2 (de letter j wordt telkens overgeslagen): de werkmanshuisjes.
C-1033m2: het hof (de koer): Het Wevershof werd toen gevormd maar nog niet zo genoemd. In totaal waren er dus toen 33 werkmanshuisjes.

Hieronder het kadasterplan uit 1854 van Popp, dat deze verdeling weergeeft.
We zien nu een grote verandering in vergelijking met het plan van 1835.

Hieronder nog eens het linker deel in detail en links gedraaid dat toelaat de nummering beter te volgen.

 

De huisjes langs de Zonnekemeers (links op het kaartje hierboven) behielden hun bestaand kadasternr voorzien van een index a. Ze behoorden niet tot het eigenlijk beluik. Er was wel een kleine doorgang gemaakt naast het huisje C-1031a bis dat toegang gaf tot het het eigenlijk beluik, zoals dat ook met andere beluiken het geval was.

Een reeks van 8 huisjes werd gebouwd onmiddellijk achter de huisjes van de Zonnekemeers, een reeks van 7 werd gebouwd op de scheidingslijn met de fabriek op het grondgebied van de fabriek in de voormalige ateliers en met een doorgang naar de fabriek, een reeks van 10 aan de zuidkant van het Wevershof langs de buitengracht van het Begijnhof en een reeks van 8 ook grenzend aan de buitengracht maar op het grondgebied van de fabriek in voormalige ateliers. .

Louis Vanstrate verhuist naar Brussel in 1851 en wat gebeurt er dan met zijn eigendommen?

De financiële problemen bleven Louid Van Strate achtervolgen. We vermeldden al het proces verbaal in 1849 en de annonce in 1850. Hieronder de annonce uit de Journal de Bruges van 1851 voor weer een inbeslagname. Het is de moeite waar ze helemaal te lezen omdat het een uitgebreide beschrijving bevat van de 3 loten C8/1,2 en 3.

 

We stellen vast dat Louis en zijn familie dan woonde in Brussel in de Korte Beenhouwersstraat en daar beenhouwer en leverancier van vlees was. Een hele aanpassing!

In 1852 was er een verdeling van de nalatenschap van Willem Van strate en Anne Bouvy. Anne Bouvy was zoals boven vermeld in 1852 gestorven. Louis was bij die verdeling aanwezig en stond ingeschreven als woonachtig in Brussel. C8/1,2 en 3 behoorden niet meer tot het nalatenschap Willem en Anne Bouvy dat in 1852 werd verdeeld aangezien Louis door de overname van de stokerij al eigenaar geworden was voor of bij de dood van zijn vader Willem. Zijn deel in de nalatenschap was een vierde van de geschatte nettowaarde van de nalatenschap. Dit was 18.664F: onvoldoende om de schulden aan zijn moeder ten belope van 18000 F en een bijkomende schuld van 6.660f te compenseren. Hij bleef aan de gemeenschap van zijn broers en zus een schuld behouden van een 6000F. Dus Louis zat eens te meer in moeilijke financiële papieren.

De in beslagname van de aardappelmeelfabriek in 1850 kon om allerlei reden uitgesteld worden , maar bleven hem vervolgen. Onder andere de stadsarchivaris Pierre Bossaer was eigenaar van de stoommachine en hij wilde de stoommachine en toebehoorten buiten de in beslagname houden. Er kwamen nadien nog wel een 10-tal annonces voor de gedwongen verkoop van de fabriek. Blijkbaar was er geen interesse. Op 23 december 1852 komt daar een einde aan. Werd er alsnog een vergelijke gevonden? Zijn de families Vandeputte en Schipman tussengekomen om de continuiteit van de fabriek te verzekeren?

Wanneer de aardappelmeelfabriek gestopt werd in 1854 wegens het huwelijk van Cléménce Van Bunnen met Vander Hofstadt stopte waarschijnlijk ook het vertrouwen van de investeerders. . Vanaf begin 1855 startten dan ook opnieuw de niet aflatende annonces om de fabriek te verkopen of te verhuren bijna elke maand tot eind 1858, behalve in 1856 (het jaar waarin de familie Louis Van Strate emigreert naar Argentinië zie verder). Niettegenstaande zeer lage inzetten is er blijkbaar geen interesse (1000F voor C8/1 het huis en fabriek, 100F voor C8/2 en 1000F voor C8/3 het Wevershof). Het is pas in 1859 als het domein verkocht geraakt aan Jan Deschrijver.

We kunnen alleen maar vaststellen dat Louis zich bij zijn investeringen in de stokerij en de aardappelmeelfabriek en in het bouwen van het Wevershof en het renoveren van de huisjes langs de Zonnekemeers schromelijk verkeken heeft. De economische contekst zat toen ook niet mee. De kosten van de fabriek en het onderhoud van de 34 huisjes zullen niet opgewogen hebben tegenover de winstmarge op de omzet van de zetmeel en de rente opbrengst van de huisjes. We kunnen ons afvragen of Louis sinds 1851 al onder curatele stond. Want Louis schijnt zich niet meer te bekommeren over de fabriek en de huisjes en toch moest er iemand zijn die het reilen en zeilen van het Wevershof en de fabriek moest opvolgen ook na het stopzetten van de activiteiten en de afwezigheid van Louis als eigenaar.

Ondertussen heeft de familie Louis Van Strate in 1856 Brussel verlaten en was verhuisd met zijn familie naar Argentinië om daar een nieuw leven te beginnen en blijkbaar zonder communicatie met de familie. Bij de verdeling van de nalatenschappen van zijn broer Willem in 1861 en van zijn andere broer Edmond in 1874 werd hij niet betrokken noch bij de verkoop van zijn eigendommen in 1859.

5. Jan Deschrijver, de nieuwe eigenaar van het Wevershof en de fabriek
(1859-1870)

Jan Deschrijver, koopman in kolen, koopt het gnse domein in 1859. Het domein werd dan beschreven als volgt:
C-1032a: het huis, C-1033a: aardappelmeel- en bloemfabriek met plaats,
C-1033m2: plaats (de grote koer)
C-1033b, C-1033c, C-1033b2: alle met huis en met een plaats, de rest: C-1033b3 tem C-1033l2 met alleen een huis

Jan Deschrijver is een kolenhandelaar en grootgrondbezitter. Ziin naam is o.a. verbonden aan een geinventariseerd gebied :" Het Schrijversveld" in Torhout tussen de Zeeweg en het gehucht "Berg -op- Zoom. Rond 1850 wordt door Popp nog een privé veldweg vernoemd met dezelfde naam. Het Schrijversveld was toen 91 ha groot.

Jan Deschrijvers zuster Nathalie (°1848- +1920) was getrouwd met Camille de Menten de Horne, telg van een beroemde adelijke familie die vooral in de ruiterij bedrijvig was. Afstammelingen speelden ook een belangrijke rol in de beide wereldoorlogen.

Jan Deschrijver en zijn zusters woonden rond 1835 in Speeghelreie (de straten aan beide kanten van de Reie werden toen Speeghelreie genoemd). De eigendom behelsde de kadastrale nr A-743,744 en 745 en oostenrijkshuisnr A3-74. Ook de familie de Menten-Deschrijver deelden er een woning. Erfgenamen bleven er wonen.
In de periode 1921-22 werd de eigendom verkocht.

 

In 1861 werd een bouwvergunning verleend aan Wwe Demuynck uit de Oude Gentweg voor het vervangen van een vervallen dakkapel van het huisje C8 nr5 (C- 1030). Dit is ook een aanduiding dat de 7 huisjes aan de kant Zonnekemeers l geen deel uit maakten van de verkoop in 1859 en dus niet behoorden tot de eigendom van Jan Deschrijver

 

Op de kaart van Popp uit 1865 hierboven, met het noorden naar onder, zijn er niet veel veranderingen in vergelijking met de kaart uit 1854. Jammer is de kaart niet heel duidelijk. Het belang van deze kaart is dat de Oostenrijkse straatnummering is aangeduid. Dit laat ons toe een lijst op te maken van het kadasternr met het corresponderende Oostenrijksehuisnr. Op de kaart bemerken we de nrs langs de straat rue Neuve du Marais (Zonnekemeers)(onder op het kaartje).

C-1026 =C8/10; C-1027= C8/9; C-28= 8; C-1029=7; C-1030= 6; C-1031=5, C-1031bis=4 ; verder heeft Popp hier niet genummerd. We kunnen uit de bouwvergunningen, hierboven vermeld, wel afleiden dat C-1033 opgedeeld is in 3 huisjes en een doorgang tussen de huisjes met huisnrs C8/3 en C8/2, terwijl C-1032= C8/1. Alle huisjes van het Wevershof krijgen het huisnr (C8/) 3 en dan een volgcijfer.(onleesbaar op het kadasterplan)

In 1866 besliste de stad de Oostenrijkse nummering te verlaten en schakelde over naar de nummering per straat zoals we die nu kennen met even nrs aan de ene kant en oneven nrs aan de andere kant.

 

De aardappelmeel fabriek heeft het niet lang volgehouden en stopte ermee rond 1854, De kadastrale legger van Jan Deschrijver registreerd in 1864 dat de aardappelmeelfabriek omgebouwd was tot een magazijn. Waren er tussen 1854 en 1864 nog activiteiten en bewoning in de fabriek?

Nog in 1864 werden in het perceel C-1033b 2 huisjes gebouwd (in het verlengde van de huisjes C-1033q,ren t en afgesplitst als C-1033n2 en C-1033o2.

We stellen vast dat de eigenaars van de fabriek en de uitbaters ervan sinds 1854 niet meer woonden in de Zonnekemeers C8/1 op hun eigendom of bedrijf. De patentregisters vermelden op het adres C8/2, in 1865 Wilderickx Joseph winkelier en bierverkoper.

In 1870 besliste de stad om het beluik het " Wevershof" te noemen, waarschijnlijk ter gelegenheid van een verbouwing in het Wevershof. De naam werd al veel vroeger in de volksmond gebruikt, waarschijnlijk omdat er veel wevers woonden. Wevers behoorden tot het armste deel der bevolking. De stad besliste eveneensvoor een afzonderlijke huisnummering van het Wevershof.

Volgens de kadastrale legger werd het Wevershof in 1870 verbouwd
Voor de beschrijving van de verbouwing zie verder bij de beschrijving van het kadastrale plan van 1889.

Er is echter tot nog toe geen bouwvergunning voor die wijzigingen te vinden, maar aangezien de verbouwingen in 1870 nog aangeduid staan op de kadastrale legger van Jan Deschrijver veronderstellen we dat hij de bouwheer is.

4. Vincent Antoon Steyaert: eigenaar (1870- 1924),

In 1870 werd het ganse domein verkocht aan Vincent Antoon Steyaert.
Vincent Steyaert (° brugge 1831) woonde oorspronkelijk in Brugge in de rue Hydromel (thans de Meestraat, het Franse woord voor mede is hydromel). Hij was getrouwd met Caroline De Bal. Zijn beroep werd aangeduid als "negociant" , ook als "marchand de charbon" te Brugge . De eigendom staat in de kadastrale legger aangeduid als van Vincent Antoon Steyaert en kinderen. De familie Steyaert verhuisde in 1879 naar Gent. Sinds 1879 staat Vincent aangeduid als rentenier te Gent. In 1885 verkochten ze het pand in de Meestraat. Er is ook vermeld dat er een verdeling plaats vond in 1897.

Rond 1872 werd het pand C-1032b (C8/1) verpacht aan Charles Strubbe uit de Katelijnestraat C64.
In 1872 vroeg Charles een milieuvergunning voor een fabriek van oliën en vetten.
Hij voegde er ook een kaartje bij dat aanduidt (rood ingekleurd) waar de fabriek zal komen. Dat kaartje laat ons de toestand zien van het Wevershof in 1872 (zie kopie van de aanvraag en van het plannetje bij de aanvraag hieronder).

 

 

 

 

Hiernaast het antwoord van de stad op de milieu aanvraag "de commodo et incommodo" van Charles Strubbe in 1872

In 1873 staat het pand C-1032b geregistreerd als een smeerselfabrijc (sic), gebouwen en plaatse.
We komen Vincent Steyaert ook tegen in de patentregister van 1875 voor de aanvraag van een magazijn voor guano .

Het Wevershof is een afgezonderde entiteit geworden. De huisjes werden door Vincent Steyaert apart verhuurd. Het totaal aantal huisjes is nu 28.

Hieronder de kadasterkaart uit 1889, die de veranderingen en verbouwingen in 1870, rudimentair weergegeven in het kaartje van Charles Strubbe in 1872, bevestigt.

Er tekenen zich duidelijk nu duidelijk weer 3 delen af : Het Wevershof (C-1033), het fabrieksterrein (C-1032b) en de reeks van de zeven werkmanshuisjes aan de kant van de Zonnekemeers.

 
 

- de huisjes op de fabrieksgrond achteraan werden gesloopt en vormen samen met C-1032a, C-1033a en het restant C-1033b het nieuwe perceel: het fabrieksterrein C-1032b.

- de buitengracht van het Begijnhof werd ingekokerd: de bewoners hadden allang geklaagd over de ratten, de stank en de verontreiniging van die gracht aan de achterkant van de huisjes. Op die vrijgekomen gronden kregen de huisjes daar ook een tuintje erbij en er werden ook toiletten gebouwd. De binnengracht van het Begijnhof vloeit via de ingekokerde buitengracht in de Reie.

- op de vrijgekomen gronden in de zuidelijkste hoek van het Wevershof aan de grens met de fabriek werden nieuw huisjes gebouwd waarbij die typische tuit aan de zuidkant van het Wevershof ontstaat.

- ook op het fabrieksterrein werd de gracht overwelfd vanwaar ze in de reie loopt.

- de doorgang vanuit de Zonnekemeers naar het Wevershof werd verbreed door het slopen van een huisje (C-1031bis) aan de Zonnekemeers. Belet wel dat dit niet de huidige doorgang is.

- de huizenrij aan de oostkant van het Wevershof werd een doorlopende rij. De doorgang naar het fabrieksterrein werd volgebouwd.

De verbouwing van het Wevershof bracht een verandering teweeg van de kadastrale nummering. Om de verandering te kunnen volgen hebben we hieronder de kaart vergroot en gedraaid en verdeeld in een noordelijk deel en een zuidelijk deel. Voor het vervolg van de evolutie van het Wevershof via de documenten te kunnen volgen is het van belang die nummering te kennen.

 

 

Links van het bovenstaand kaartje bevindt zich de Zonnekemeers.
De 6 huisjes langs de Zonnekemeers hebben nu nrs C-1026b, 1027b, 1028a, 1029a, 1030a en 1031a . C_1031bis werd gesloopt voor het verbreden van de toegang.

Voorbij de toegang hebben we nu langs de Zonnekemeers 2 huisjes C-1033v3 en C-1033u3

De huisjes (nu 6 vroeger 8) achter de 6 huisjes van de Zonnekemeers dragen nu de nrs C-1033 y2, C-1033z2, C-1033a3 tem C-1033d3. Belet dat die huisjes nu elk een toilet hebben.

De huisjes aan de andere kant van de toegang , links van de verticale lijn, heben de nrs : C-1033x2, C-1033w2, C-1033v2.

 

 
 

 

De huisjes aan de oostkant van de toegang, rechts van de verticale lijn hebben de nrs C-1033q2 (gebouwd in de doorgang naar het fabrieksterrein)
C-1033u2, C-1033t2, C-1033s2, C-1033p2 (gebouwd inde koer van een huisje), C-1033r2, C-1033t3 en C-1033s3 (beide op de vrijgekomen grond)

De huisjes rechts langs de Begijnhofgracht, herbouwd op de vrijgekomen grond, hebben nu de nrs: C-1033c3 tem C-1033r3.

De koer op de vrijgekomen grond achter de huisjes bevat 2 toilethuisjes: C-1033q3
De grote plaats heeft kadastraal nr C-1033p3

 

 

Het domein begint te evolueren naar de toestand ten tijde van de meubelen Claeys, die de volgende eigenaars van het fabriekscomplex werden in 1907.

Vincent Steyaert en kinderen blijven wel eigenaars van het Wevershof terwijl de 7 renthuisjes langs de Zonnekemeers in handen zijn van verschillende eigenaars.
Beide delen zullen door het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen van Brugge, het latere COO en het OCMW opgekocht en gerestaureerd worden.

zie daarvoor webpagina "Wevershof, bouwgeschiedenis vanaf 1900" of klik hier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

h