Het Wevershof, een arbeiders beluik in de Zonnekemeers.
Bouwgeschiedenis tot 1900

Een arbeidersbeluik werd ook een "Fortje" genoemd. In 1901 was het Wevershof een van de grootste fortjes van Brugge met 170 inwoners en 28 huisjes. Nu is het een Godshuis de stichting "Leon De Meulemeester" van 11 gerestaureerde woningen aangevuld met 3 huisjes langs de Zonnekemeers beheerd door het OCMW.

(zie foto van rond 1900 hiernaast, genomen vanuit de oude ingang langs de Zonnekemeers)

Samen met het fortje 't Kattepoortje in de Oude Gentweg nr 153-157 (in 1901 8 huisjes en 25 inwoners) zijn het de 2 enige volledig bewaarde en gerestaureeerde beluiken.

Deze websitepagina vertelt de geschiedenis van het Wevershof tot 1900

   
 
 

Op het plan van Marcus Gerards uit 1562 is de driehoekige vorm (De Driehoek)van het latere fortje al zichtbaar tussen de Zonnekemeers (vroeger de Nieuwe Meers genaamd), de Reie en het begin van de boog van de begijnhofgrachten van het Begijnhof (Marcus Gerards tekende de 2 begijnhofgrachten niet, bovendien zijn de afstanden en de invulling geen juiste weergave zoals blijkt uit het kadasterplan uit 1811 hieronder) We noemen verder in deze website de onderste gracht de begijnhofgracht die noordelijk en westelijk rond het Begijnhof vloeit, de bovenste gracht noemen we de Begijhofbuitengracht die verder naar het westen loopt om tenslotte om te buigen naar de Zonnekemeers en het domein van Sint-Jan. Belet wel dat de Begijnhofgracht uitmondt in de buitengracht voor die in de Reie uitmondt.

).

 

De turkooise lijn is de omtrek van het huidige gebouw van de Zonnekemeers 1-3-5 (de meubelfabriek van de gebroeders Claeys) (weliswaar een klein beetje opgeschoven naar onder). In 1811 was er nog geen sprake van de gebroeders Claeys op deze site en ook niet van het Wevershof.

Laten we de evolutie van de Driehoek van de Zonnekemeers volgen in 2 periodes :

1. van 1580 (begin oud kadaster) tot 1900 (het ontstaan van het Wevershof): zie deze websitepagina "Wevershof, bouwgeschiedenis tot 1900".
2. van 1900 tot heden (het wevershof wordt eigendom van Stedelijke Burgerlijke Godshuizen en het huidge OCMW): zie websitpagina: "Wevershof, bouwgeschiedenis vanaf 1900" of klik hier om snel op de pagina te komen.

Periode 1 : 1580 tot 1900

1. De voorgeschiedenis tot het einde van de 18de eeuw

De Driehoek tussen Begijnhof, Reie en Zonnekemeers bestond vóór 1580 uit verschillende delen en deeltjes. We kunnen de evolutie ervan vanaf 1580 volgen via het huizenonderzoek Brugge (KAARTenHUIS). Om de evolutie te volgen van wat later het Wevershof zal worden is een korte uitleg nodig in de kadasternrs en huisnrs van die tijd .

In 1580 waren, ter gelegenheid van de invoering van een volledig kadaster, alle toen bestaande percelen genummerd per zestendeel ( een zestendeel was een bepaalde sector van de Brugse binnenstad, in dit geval het OLV zestendeel). De Driehoek bevatte bijv. de percelen OLV-0570 tot en met OLV-0582. In 1835 werd een nieuwe kadasternummering ingevoerd (een letter voor het zestendeel , in dit geval C, en een volgnummer) die blijkbaar terugwerkend in de kadasterkaart van 1811 werd ingebracht). De Driehoek bevatte dan C-1033, C-1032, C-1031bis, C-1031 en C-1030 tem C-1026.

De huisnrs werden eveneens ingedeeld per zestendeel met dezelfde letter (bijv C) en binnen het zestendeel ingedeeld in sectoren met een nr. bijv 8, binnen de sector werden de huizen gewoon achtereenvolgend genummerd ongeacht de straat. Onze Driehoek bevatte bijv de huisnrs C8/1 tot en met C8/10

Gedurende de 17de en 18de eeuw wijzigden heel wat eigenaars en gebruikers van die percelen OLV-0570 tem OLV- 0582. Om de evolutie te volgen die tenslotte zal leiden naar de huidige indeling van de Driehoek met het Wevershof delen we de oude OLV-percelen ruwweg in 3 delen .

deel 1: het bedrijven terrein
de oude percelen OLV-0570, 0571, 0572 en 0573 met als huisnr C8/1 (percelen 0570 en 0571)en C8/2 (percelen 0572 en 573), samen het latere kadasternr C-1032

deel 2: de heester met erf
de oude percelen OLV-0574, 0575 samen het huisnr C8/3 en het latere kadasternr C-1033.

deel 3: de 7 huisjes langs de Zonnekemeers
Het oude perceel OLV- 0576 met het huisnr C8/4 , het latere C-1031bis,
het oude perceel OLV-0577 met het huisnr C8/5, het latere kadasrenr C-1031 en
de percelen OLV- 0578 tem OLV-0582 met resp. de huisnrs C8/6 tem C8/10, de latere kadasternrs C-1030 tem C-1026.

Op basis van het Huizenonderzoek Brugge kunnen we een korte beschrijving van de evolutie van de delen van onze Driehoek geven tot het einde van de 18de eeuw.

deel 1: De Brandewijnstokerij.
In dit deel werden de oude percelen al kort na 1580 samengevoegd
Vanaf de periode 1692- 1698 was er een brandewijnstokerij, geleid door Jan Troch. In 1692 werd dit domein beschreven als een groot huis, met boei, grond en grote poort en met een klein huis aan de oostkant (OLV-0570?) en 2 kleine huisjes aan de westkant (OLV-0572 en OLV-0573). In 1777 wordt Frans Sporckman eigenaar van dit deel 1 met de brandewijnstokerij en het erf uit deel 2.

deel 2 De heester en erf
Dit domein werd beschreven als een heester dit is een omsloten domein met huis en en relatief groot erf (in de akten ook omschreven als boomgaard). We veronderstellen dat de ruimte achter de huisjes van deel 3 het voornoemde erf of de boomgaard was. Wat betreft het huis was er in de 17de eeuw sprake van 2 gedeelten en in de 18de eeuw werd het domein verdeeld in een westelijk huis (vermoedelijk OLV-0575) en een oostelijk huis (vermoedelijk OLV-574).
- het erf werd in 1708 verkocht aan de toenmalige eigenaar van deel 1
- het oostelijk huis werd in 1784 verkocht aan Jan Baptiste Ligtvoet
- het westelijk deel werd in 1751 verkocht aan Pieter Janssens

deel 3 De renthuisjes of "cameren"
Dit deel omvatte de renthuisjes ook "stenen cameren" genoemd. Oorspronkelijk behoorden sommige percelen ook tot deel 2 maar werden nadien nogal versnipperd over verschillende eigenaars. In de periode 1784-1793 werd Jan Valckenaere eigenaar van het totale deel 3. Er zijn geen aanwijzingen dat de 7 huisjes aan de Zonnekemeers arbeidershuisjes waren in verband met de stokerij. Onder de huurders waren volgens de bevolkingsregister van die tijd "werkmannen" maar ook wevers en kantwerksters.

Gedurende de Franse bezetting vinden we weinig gegevens en moeten we ons behelpen met andere gegevensbronnen. We vinden dat Frans Sporckman en de familie Van Strate tegen 1800 eigenaar zijn van de percelen van deel1 en deel 2 (C8/1, 2 en 3) met kadasrenrs C-1032 en C-1033. Tegen 1835 wordt de familie Van Strate ook eigenaar van het ganse deel 3, die dezelfde percelenindeling behield maar nu met kadasternnrs C-1026 t.e.m. C-1030 en C-1031 en 1031bis.
Dus zeker de moeite waard om de familie Sporckman en Van Strate nader te onderzoeken.

 

2. Frans Sporckman en Familie Van Strate: eigenaars en jenoverstokers 1777- 1859

Frans Sporckman is in Schiedam (Nederland) rond 1740 geboren. Hij is "stooker" van beroep en zag wellicht de kans schoon om in 1777 de stokerij en het huis C8/1 in de Zonnekemeers op te kopen. Volgens het bevolkingsregister uit 1798 woonden bij hem in de "rue du soleil nr7" (franse nummering voor C8/1) ) ook "Sieur Verstraete et uxor" (d.w.z. heer Verstraete en zijn vrouw). Verstraete is duidelijk een verschrijving voor Van Strate , die in hetzelfde blad op een lijn verder inderdaad als Jan Van Strate (destillateur de genever) ingeschreven werd. Verder is op hetzelfde blad in 1805 zijn vrouw als veuve Jean van Straeten, destillateur de genever (Margriette Sporckman) ingeschreven. (de schrijfwijzen die we tegenkomen voor de familie Van Strate zijn Van Straete, Van Strate, Van Straeten, Van Straten en enkele keren Verstraete, vooral in de Franse tijd).

Jan Van Strate werd ook in Schiedam rond 1740 geboren, zijn beroep word omschreven als destillateur van genever. We mogen hem zeker niet verwarren met Jules Verstraete, die in 1860 een destilleerderij oprichtte aan de Komvest (die later de Gistfabriek werd). Tegen die tijd was de rol van de familie Van Strate als stokers al uitgespeeld.
In de de belastingsregister op vensters en deuren van 1800 is Verstraete (stoker van jenever) (verschrijving voor Jan van Strate) ingeschreven als eigenaar van C8/1, 2 en 3, terwijl Ligtvoet er ingeschreven is als rentenier en eigenaar van C8/4 tot en met C8/10 (zie hoger deel 3).

Margriette Sporckman is de zus van Frans en ook in Schiedam in 1743 geboren.
Volgens de legger van de grondbelasting 1799-1802 was de weduwe van Jan Van Strate (dus Margriette Sporckman) eigenares van de huizen C8/1, C8/2 en C8/3. Hieruit volgt dat Frans Sporckman of Jan van Strate ondertussen ook de rest van deel 2 (C8/3) moet opgekocht hebben van Jan Baptiste Ligtvoet en Pieter Janssens. Jan Van Strate is blijkbaar in 1802 gestorven.

 

 

 

Op 18de Germinal van het jaar 10 (= maart 1802) werd aan "Sr. Van Straeten" nog een vergunning verleend voor het verbouwen van het huis in de Zonnekemeers C8/1- (in de franse tijd liep de Zonnekemeers tot aan de Walplaats, zodat als huisnr toen nr 7 werd gebruikt). C8/1 was inderdaad het zevende huis gerekend vanaf de Walplaats.

 

 

 

Dit is het plan van de oude toestand vóór 1802

 

detail van de linker bovenhoek van de vergunning.

competerende= toebehorende

Germinal (kiemmaand) van de revolutionaire kalender komt (ongeveer) overeen met de maand maart en
het jaar 10 (sinds 1792) met 1802.

 

Willem Van Strate, de zoon van Jan Van Strate, volgde vermoedelijk rond 1802 zijn vader op in de stokerij. Wiilem Van Strate is geboren in 1766, ook in Schiedam . In de bevolkingsregister van de stad in die tijd wordt zijn beroep ook omschreven als "stooker". Willem trouwde met Anna Bouvy (° Brugge 1777) in 1798 en zij woonden op nr C8/1 "zijnde de consigne van Sieur Verstraete(sic) welke deel uitmaakt van de woonst van de weduwe (Jan) Van Straete" (Margriette Sporckman).

We stellen vast dat op de kadasterkaart van 1811 op het terrein van de stokerij achteraan een L-vormige atelier of magazijn aangeduid wordt , waarvan het ene been langs de buitenbegijnhofgracht ligt en het andere in het verlengde van de westgrens van het huis C8/3. We vinden daarvan geen bouwvergunning of enige andere vermelding. Vermoedelijk is de stokerij ook uitgebreid naar verdeling van dranken, waarvoor een atelier en magazijnen nodig waren. Die magazijnen bepaalden mede het latere Wevershof.

Het patentregister van 1819 vermeldt Guillaume Vansteraete (sic) (=Willem Van Strate) als stoker en verdeler van drank. Het patentregister van 1827 vermeld Willem Van Straeten als stoker in het huis C8/1. (Een patentregister werd op het einde van de 18de eeuw ingevoerd voor zelfstandigen).

 

Zicht op de stokerij langs de Reie gezien vanuit de Wijngaardplaats naar een anoniem schilderij van rond 1820

De oude kadasterkaarten uit 1831 (hieronder) en 1835 tonen geen wijzigingen in de situatie van het totale domein ten opzichte van 1811. Wel blijft het hoekhuis kant Zonnekemeers van deel 1 het kadasternr C-1032 behouden. Ook alle 7 werkmanshuisjes aan de Zonnekemeers van deel 3 behouden hun kadasternr. Deel 2 bevat het tweede pand langs de Zonnekemeers gezien vanaf de Reie, het pand aan de Reie achter het hoekhuis, het atelier, het magazijn en het erf. Ze vallen allen onder het kadaster nr C-1033.

 
   

Willem overleed in 1932. Zijn zoon Louis, geboren in Brugge in 1806, zette de stokerij voort. Anne Bouvy, vrouw van Willem, verhuisde naar Roesbrugge in 1934 samen met haar zoon Edmondus. Edmondus wordt later onderpastoor in Staden en beiden spelen ook een rol in het werkmansbeluik "Verstraete" in de Oostmeers (dit beluik "Verstraete" hier is echter genoemd naar de famile Verstraete die ernaast een kaarsenfabriek bezat).

Louis trouwde met Maria Goethals , ° Klemskerke 1811. In de bevolkings register wordt Louis vermeld als brander (cfr brandewijn). In het patentregister van 1835 wordt Louis vermeldt als stoker en verdeler van drank en zelfs als bierbrouwer. Louis en zijn vrouw verhuizen in 1837 naar Gent, hij blijft echter eigenaar van het domein in de Zonnekemeers. Joseph Goethals (broer van Maria Goethals, °Klemskerke 1813) ook brouwer kwam in 1837 in het huis C8/1 wonen, wellicht zette hij de stokerij voort.

In 1935 werden er werkmanshuisjes gebouwd in de Zonnekemeers tegen de blinde muur (op het fabrieksterrein van de stokerij, ?)

   

We weten niet wanneer de stokerij stopte.
Uit het patentregister weten we dat ene Simon Charles een winkel uitbaatte in 1842 in het hoekhuis aan de reie (C8/1) (als pachter?)

We konden ook vaststellen dat Louis Van Strate nog in 1843 een vergunning voor een verbouwing krijgt voor het pand C8-3. Hierdoor werd het huis C8-3 in drie huisjes gesplitst.

 

Detail van het voorgaand plan rechts boven: proprietaris: L. Vanstrate.

Uit alles blijkt dat de stokerij aan het uitsterven is. In het bevolkingsregister wordt Louis als brander geschrapt en vervangen door eigenaar.

Verkaveling voor het inrichten van een werkmansbeluik:

Familie Van Bunnen, pachter voor een aardappelmeelfabriek (1850-1864)

In 1850 bekwam Clémence Van Bunnen uit Gent een patent voor het uitbaten van een aardappelmeelfabriek en een siroopfabriek op de locatie van C8/1. De familie Van Bunnen ging aan de Coupure B13/56 op de hoek met de Boninvest wonen . Franciscus Van Bunnen, in 1829 in Gent geboren, staat in de bevolkings register ingeschreven als handelaar in granen en zijn zus Clémence, in 1824 in Gent geboren, als "fabricante". Ze was blijkbaar niet de eigenaar van de gebouwen maar de pachter. Clémence huwde met Charles Vanderhofstadt. Ze verlaten Brugge in de jaren 70.

Het is dus niet toevallig dat in 1850 en wellicht tengevolge van het inrichten van de aadappelmeelfabriek een herverdeling komt van het domein.
- In eerste instantie werd de perceelgrens tussen C-1032 en C-1033 gewijzigd: C-1032 werd gedefinieerd als" huis" en C-1033 vooralsnog als "branderij, plaats en hof".

Nog in 1850 werd het terrein volledig verkaveld met renovaties en nieuwe constructies en met een nieuwe kadastrale indeling gaande van C-1033a tem C-1033m2 ( een bouwvergunning is echter tot nog toe nergens te vinden. We kunnen aannemen dat Louis van Strate als eigenaar de bouwheer was):

C-1032a: huis Zonnekemeers op de hoek (C8/1)
C-1033a: de fabriek (de branderij, die in 1850 de aardappelmeel- en siroopfabriek werd)
C-1033b: de huizen langs de Zonnekemeers (C8/2 enC8/3)

C-1033c tem C-1033z, C-1033a2 tem C-1033l2 (de letter j wordt telkens overgeslagen): de werkmanshuisjes.
C-1033m2: het hof (de koer): Het Wevershof werd toen gevormd maar nog niet zo genoemd. In totaal waren er dus toen 33 werkmanshuisjes.

UIt de Kadastrale legger 1835 blijkt de weduwe van Willem van Strate, dan rentenierster, (Anne Bouvy) eigenares te zijn van de werkmanshuisjes langs de Zonnekemeers C-1026 tem C-1030, C-1031 en C-1031bis, waarschijnlijk door aankoop van Jan Baptiste Ligtvoet.

Hieronder het kadasterplan uit 1854 van Popp, dat deze verdeling weergeeft.
We zien nu een grote verandering in vergelijking met het plan van 1835.

Hieronder nog eens het linker deel in detail en links gedraaid dat toelaat de nummering beter te volgen.

 

De huisjes langs de Zonnekemeers (links op het kaartje hierboven) behielden hun bestaand kadasternr voorzien van een index a. Ze behoorden niet tot het eigenlijk beluik. Er was wel een kleine doorgang gemaakt naast het huisje C-1031a bis dat toegang gaf tot het het eigenlijk beluik, zoals dat ook met andere beluiken het geval was.

Een reeks van 8 huisjes werd gebouwd onmiddellijk achter de huisjes van de Zonnekemeers, een reeks van 7 werd gebouwd op de scheidingslijn met de fabriek op het grondgebied van de fabriek in de voormalige ateliers en met een doorgang naar de fabriek, een reeks van 10 aan de zuidkant van het Wevershof langs de buitengracht van het Begijnhof en een reeks van 8 ook grenzend aan de buitengracht maar op het grondgebied van de fabriek in voormalige ateliers.

Gezien de vervlechting met het fabrieksterrein mogen we veronderstellen dat althans in het begin vele bewoners toen in de aardappelmeelfabriek werkten. De huisjes hebben alle een kadastraal nr (C-10)33 met een een index, wat er ook op duidt dat ze aansluiten op de eigendom van de fabriek eveneens met nr C-1033.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Jan Deschrijver, de nieuwe eigenaar ( van 1859 tot 1970)

In 1859 werd het totale domein verkocht aan Jan Deschrijver, koopman in kolen, en het domein werd dan beschreven als volgt:
C-1032a: het huis, C-1033a: aardappelmeel- en bloemfabriek met plaats,
C-1033m2: plaats (de grote koer)
C-1033b, C-1033c, C-1033b2: alle met huis en met een plaats, de rest: C-1033b3 tem C-1033l2 met alleen een huis

Jan Deschrijver is een kolenhandelaar en grootgrondbezitter. Ziin naam is o.a. verbonden aan een geinventariseerd gebied :" Het Schrijversveld" in Torhout tussen de Zeeweg en het gehucht "Berg -op- Zoom. Rond 1850 wordt door Popp nog een privé veldweg vernoemd met dezelfde naam. Het Schrijversveld was toen 91 ha groot.

Jan Deschrijvers zuster Nathalie (°1848- +1920) was getrouwd met Camille de Menten de Horne, telg van een beroemde adelijke familie die vooral in de ruiterij bedrijvig was. Afstammelingen speelden ook een belangrijke rol in de beide wereldoorlogen.

Jan Deschrijver en zijn zusters woonden rond 1835 in Speeghelreie (de straten aan beide kanten van de Reie werden toen Speeghelreie genoemd). De eigendom behelsde de kadastrale nr A-743,744 en 745 en oostenrijkshuisnr A3-74. Ook de familie de Menten-Deschrijver deelden er een woning. Erfgenamen bleven er wonen.
In de periode 1921-22 werd de eigendom verkocht.

 

In 1861 werd een bouwvergunning verleend aan Wwe Demuynck uit de Oude Gentweg voor het vervangen van een vervallen dakkapel van het huisje C8 nr5 (C- 1030). Dit is ook een aanduiding dat de 5 huisjes aan de kant Zonnekemeers l geen deel uit maakten van de verkoop in 1859 en dus niet behoorden tot de eigendom van Jan Deschrijver

 

Op de kaart van Popp uit 1865 hierboven, met het noorden naar onder, zijn er niet veel veranderingen in vergelijking met de kaart uit 1854. Jammer is de kaart niet heel duidelijk. Het belang van deze kaart is dat de Oostenrijkse straatnummering is aangeduid. Dit laat ons toe een lijst op te maken van het kadasternr met het corresponderende Oostenrijksehuisnr. Op de kaart bemerken we de nrs langs de straat rue Neuve du Marais (Zonnekemeers)(onder op het kaartje).

C-1026 =C8/10; C-1027= C8/9; C-28= 8; C-1029=7; C-1030= 6; C-1031=5, C-1031bis=4 ; verder heeft Popp hier niet genummerd. We kunnen uit de bouwvergunningen, hierboven vermeld, wel afleiden dat C-1033 opgedeeld is in 3 huisjes en een doorgang tussen de huisjes met huisnrs C8/3 en C8/2, terwijl C-1032= C8/1. Alle huisjes van het Wevershof krijgen het huisnr (C8/) 3 en dan een volgcijfer.(onleesbaar op het kadasterplan)

In 1866 besliste de stad de Oostenrijkse nummering te verlaten en schakelde over naar de nummering per straat zoals we die nu kennen met even nrs aan de ene kant en oneven nrs aan de andere kant.

 

De aardappelmeel fabriek heeft het niet lang volgehouden en stopte ermee rond 1864, want de kadastrale legger van Jan Deschrijver duidt aan dat de aardappelmeelfabriek in 1864 omgebouwd werd tot een magazijn. We stellen wel vast dat Clémence Van Bunnen nog in 1866 een vergunning aanvroeg voor een tweede stoommachine voor de fabriek in zetmeel en glucose (wat analoog is als aardappelmeel en siroop). Dat zou erop wijzen dat de fabriek in 1866 nog operationeel zou zijn. Het zou kunnen dat slechts een deel van de fabriek werd omgebouwd tot magazijn, vergeten we niet dat Franciscus Van Bunnen een graan handelaar was.
De familie Van Bunnen verlaat Brugge in de jaren 1870

Nog in 1864 werden in het perceel C-1033b 2 huisjes gebouwd (in het verlengde van de huisjes C-1033q,ren t en afgesplitst als C-1033n2 en C-1033o2.

We stellen vast dat de eigenaars van de fabriek en de uitbaters ervan niet meer woonden in de Zonnekemeers bij hun eigendom of bedrijf. De patentregisters vermelden op het adres C8/2 in 1842 Syx Pierre kramer en hersteller van uurwerken, in 1850 Boutens Livinus winkelier en broodverkoper, in 1865 Wilderickx Joseph winkelier en bierverkoper.

In 1870 besliste de stad om het beluik het " Wevershof" te noemen, waarschijnlijk ter gelegenheid van een verbouwing in het Wevershof. De naam werd al veel vroeger in de volksmond gebruikt, waarschijnlijk omdat er veel wevers woonden. Wevers behoorden tot het armste deel der bevolking. De stad besliste eveneensvoor een afzonderlijke huisnummering van het Wevershof.

Volgens de kadastrale legger werd het Wevershof in 1870 verbouwd
Voor de beschrijving van de verbouwing zie verder bij de beschrijving van het kadastrale plan van 1889.

Er is echter tot nog toe geen bouwvergunning voor die wijzigingen te vinden, maar aangezien de verbouwingen in 1870 nog aangeduid staan op de kadastrale legger van Jan Deschrijver veronderstellen we dat hij de bouwheer is.

4. Vincent Antoon Steyaert: eigenaar (1870- 1924),

In 1870 werd het ganse domein verkocht aan Vincent Antoon Steyaert.
Vincent Steyaert (° brugge 1831) woonde oorspronkelijk in Brugge in de rue Hydromel (thans de Meestraat, het Franse woord voor mede is hydromel). Hij was getrouwd met Caroline De Bal. Zijn beroep werd aangeduid als "negociant" , ook als "marchand de charbon" te Brugge . De eigendom staat in de kadastrale legger aangeduid als van Vincent Antoon Steyaert en kinderen. De familie Steyaert verhuisde in 1879 naar Gent. Sinds 1879 staat Vincent aangeduid als rentenier te Gent. In 1885 verkochten ze het pand in de Meestraat. Er is ook vermeld dat er een verdeling plaats vond in 1897.

Rond 1872 werd het pand C-1032b verpacht aan Charles Strubbe uit de Katelijnestraat C64.
In 1872 vroeg Charles een milieuvergunning voor een fabriek van oliën en vetten.
Hij voegde er ook een kaartje bij dat aanduidt (rood ingekleurd) waar de fabriek zal komen. Dat kaartje laat ons de toestand zien van het Wevershof in 1872 (zie kopie van de aanvraag en van het plannetje bij de aanvraag hieronder).

 

 

 

 

Hiernaast het antwoord van de stad op de milieu aanvraag "de commodo et incommodo" van Charles Strubbe in 1872

In 1873 staat het pand C-1032b geregistreerd als een smeerselfabrijc (sic), gebouwen en plaatse.
We komen Vincent Steyaert ook tegen in de patentregister van 1875 voor de aanvraag van een magazijn voor guano .

Het Wevershof is een afgezonderde entiteit geworden. De huisjes werden door Vincent Steyaert apart verhuurd. Het totaal aantal huisjes is nu 28.

Hieronder de kadasterkaart uit 1889, die de veranderingen en verbouwingen in 1870, rudimentair weergegeven in het kaartje van Charles Strubbe in 1872, bevestigt.

Er tekenen zich duidelijk nu duidelijk weer 3 delen af : Het Wevershof (C-1033), het fabrieksterrein (C-1032b) en de reeks van de zeven werkmanshuisjes aan de kant van de Zonnekemeers.

 
 

- de huisjes op de fabrieksgrond achteraan werden gesloopt en vormen samen met C-1032a, C-1033a en het restant C-1033b het nieuwe perceel: het fabrieksterrein C-1032b.

- de buitengracht van het Begijnhof werd ingekokerd: de bewoners hadden allang geklaagd over de ratten, de stank en de verontreiniging van die gracht aan de achterkant van de huisjes. Op die vrijgekomen gronden kregen de huisjes daar ook een tuintje erbij en er werden ook toiletten gebouwd. De binnengracht van het Begijnhof vloeit via de ingekokerde buitengracht in de Reie.

- op de vrijgekomen gronden in de zuidelijkste hoek van het Wevershof aan de grens met de fabriek werden nieuw huisjes gebouwd waarbij die typische tuit aan de zuidkant van het Wevershof ontstaat.

- ook op het fabrieksterrein werd de gracht overwelfd vanwaar ze in de reie loopt.

- de doorgang vanuit de Zonnekemeers naar het Wevershof werd verbreed door het slopen van een huisje (C-1031bis) aan de Zonnekemeers. Belet wel dat dit niet de huidige doorgang is.

- de huizenrij aan de oostkant van het Wevershof werd een doorlopende rij. De doorgang naar het fabrieksterrein werd volgebouwd.

De verbouwing van het Wevershof bracht een verandering teweeg van de kadastrale nummering. Om de verandering te kunnen volgen hebben we hieronder de kaart vergroot en gedraaid en verdeeld in een noordelijk deel en een zuidelijk deel. Voor het vervolg van de evolutie van het Wevershof via de documenten te kunnen volgen is het van belang die nummering te kennen.

 

 

Links van het bovenstaand kaartje bevindt zich de Zonnekemeers.
De 6 huisjes langs de Zonnekemeers hebben nu nrs C-1026b, 1027b, 1028a, 1029a, 1030a en 1031a . C_1031bis werd gesloopt voor het verbreden van de toegang.

Voorbij de toegang hebben we nu langs de Zonnekemeers 2 huisjes C-1033v3 en C-1033u3

De huisjes (nu 6 vroeger 8) achter de 6 huisjes van de Zonnekemeers dragen nu de nrs C-1033 y2, C-1033z2, C-1033a3 tem C-1033d3. Belet dat die huisjes nu elk een toilet hebben.

De huisjes aan de andere kant van de toegang , links van de verticale lijn, heben de nrs : C-1033x2, C-1033w2, C-1033v2.

 

 
 

 

De huisjes aan de oostkant van de toegang, rechts van de verticale lijn hebben de nrs C-1033q2 (gebouwd in de doorgang naar het fabrieksterrein)
C-1033u2, C-1033t2, C-1033s2, C-1033p2 (gebouwd inde koer van een huisje), C-1033r2, C-1033t3 en C-1033s3 (beide op de vrijgekomen grond)

De huisjes rechts langs de Begijnhofgracht, herbouwd op de vrijgekomen grond, hebben nu de nrs: C-1033c3 tem C-1033r3.

De koer op de vrijgekomen grond achter de huisjes bevat 2 toilethuisjes: C-1033q3
De grote plaats heeft kadastraal nr C-1033p3

 

 

Het domein begint te evolueren naar de toestand ten tijde van de meubelen Claeys, die de volgende eigenaars van het fabriekscomplex werden in 1907.

Vincent Steyaert en kinderen blijven wel eigenaars van het Wevershof terwijl de 7 renthuisjes langs de Zonnekemeers in handen zijn van verschillende eigenaars.
Beide delen zullen door het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen van Brugge, het latere COO en het OCMW opgekocht en gerestaureerd worden.

zie daarvoor webpagina "Wevershof, bouwgeschiedenis vanaf 1900" of klik hier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

h